Commentaar Bijbellezing 15/03: Verlichting - Koen Vanhoutte
Evangelie: Johannes 9, 1.6-9.13-17.34-38— ‘Is dat niet de man die zat te bedelen?’
In die tijd zag Jezus in het voorbijgaan een man die blind was van zijn geboorte af. Jezus spuwde op de grond, maakte met het speeksel slijk, bestreek daarmee de ogen van de man en zei tot hem: ‘Ga u wassen in de vijver van Siloam’, wat betekent: gezondene. De blinde ging ernaar toe, waste zich en kwam er ziende vandaan. Zijn buren nu en degenen die hem vroeger hadden zien bédelen, zeiden: ‘Is dat niet de man, die zat te bedelen? ’Sommigen zeiden: ‘Inderdaad, hij is het.’ Anderen: ‘Neen, hij lijkt alleen maar op hem.’ Hijzelf zei: ‘Ik ben het.’ Men bracht nu de man die blind geweest was, bij de Farizeeën; de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen geopend, was namelijk een sabbat. Ook de Farizeeën vroegen hem dus, hoe hij het gezicht herkregen had. Hij zei hun: ‘De man die Jezus heet, deed slijk op mijn ogen, ik waste mij en ik zie.’ Toen zeiden sommige Farizeeën: ‘Die man komt niet van God, want Hij onderhoudt de sabbat niet.’ Anderen zeiden: ‘Hoe zou een zondig mens zulke tekenen kunnen doen?’ Zo was er verdeeldheid onder hen. Zij richtten zich opnieuw tot de blinde en vroegen: ‘Wat zegt gijzelf van Hem, daar Hij u toch de ogen geopend heeft?’ Hij antwoordde: ‘Het is een profeet.’ Zij voegden hem toe: ‘In zonden ben je geboren, zo groot als je bent, en jij wilt ons de les lezen?’ Toen wierpen ze hem buiten. Jezus vernam dat men hem buitengeworpen had, en toen Hij hem aantrof, zei Hij; ‘Gelooft ge in de Mensenzoon?’ Hij antwoordde: ‘Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’ Jezus zei hem: ‘Gij ziet Hem, het is degene die met u spreekt.’ Toen zei hij: ‘Ik geloof, Heer’, en hij wierp zich voor Hem neer.
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Verlichting’
Vanaf de achttiende eeuw is het vertrouwen in de kracht van de zelfstandige menselijke rede sterk gegroeid. Het heeft geleid tot grote wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Die ontwikkeling wordt de Verlichting genoemd. En wat godsdienst betreft, aanvaardt de Verlichting enkel wat op redelijke gronden kan aangetoond worden.
Christenen verheugen zich dankbaar om de kracht van de menselijke rede. Maar in de omgang met het mysterie van het leven beperken ze zich niet tot die ene toegangspoort van het verstand. Ze zijn ervan overtuigd dat het geloof in Jezus, het Licht van de wereld, een heel nieuw licht laat schijnen op onze levens- en zinvragen. Jezus’ boodschap biedt een nieuwe toegang tot het mysterie van God. Hij laat onverwachte dingen horen over leven en dood, over haat en liefde, over goed en kwaad. Vanaf het begin van de Kerk hebben christenen zich verheugd over de Verlichting die het geloof van hun doopsel hen biedt. Maar het licht van Christus dringt zich niet op. Je wordt niet voor schut gezet. Je wordt niet gedwongen om alles plots in zijn nieuw perspectief te zien. Je dient een keuze te maken. Je vrijheid wordt geëerbiedigd. Je kan het nieuwe licht weigeren op je levenspad omdat het in tegenspraak lijkt met wat je eerder dacht of geloofde. Je kan aarzelen omdat je niet weet waar de nieuwe levenskijk je brengt.
Je kan ook verrast blij zijn om de gave van Jezus’ licht. Je stelt je ervoor open. Je gaat op verkenning. Er is ongetwijfeld tijd nodig om te wennen aan zijn boodschap en te groeien in geloof. Dé vraag wordt wie Jezus voor je is. Een profeet, een man van God gezonden, de Mensenzoon? Een blijvend inspirerende figuur uit een ver verleden, de Levende dicht bij God en dicht bij ons? Catechumenen gaan met vallen en opstaan op weg om bij hun doop van harte te zeggen: ‘Ik geloof, Heer’. Gedoopten zoeken te leven als kinderen van het licht. Ze zijn op weg om met Pasen hun doopbeloften te vernieuwen en het geloof van hun doopsel samen uit te zingen. Laat Christus’ licht ook over jou stralen!
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.
