Commentaar bijbellezing 27/7: ‘Met gebed koop je geen kat in een zak’ - Valérie Kabergs
Evangelie: Lucas 11, 1-13 –Zoekt en gij zult vinden
Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield, zei een van zijn leerlingen tot Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.’ Jezus sprak tot hen: ‘Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wij vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring.’ Hij vervolgde: ‘Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u: als hij niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, doet men open. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, - ofschoon ge slecht zijt goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’
Commentaar Valérie Kabergs: ‘Met gebed koop je geen kat in een zak’
Wellicht overkwam het je nog niet dat je een steen kreeg toen je om brood vroeg, een slang toen je vis wenste, of een schorpioen toen je een ei wou. Maar misschien kocht je wel al eens een kat in een zak? Het komt een beetje op hetzelfde neer. Jezus haalt deze anekdotes naar voor wanneer een van zijn leerlingen vraagt om hen te leren bidden. In de concrete woorden die hij hen aanreikt, herkennen we stukjes uit het Onzevader. Toch wil Jezus zijn leerlingen vooral iets leren over de grondhouding van dat gebed.
Met dat doel schetst hij enkele situaties van menselijk bedrog. Critici zouden immers kunnen stellen dat je - minstens af en toe - een kat in een zak koopt als je bidt. Maar zulk bedrog past volgens Jezus niet bij een vriendschapsrelatie of bij de verbondenheid die een vader en zoon met elkaar delen. En dus past het zeker niet bij God, zo gaat de redenering in het Evangelie. God is volgens Jezus immers bij uitstek een Vader en Vriend voor mensen, op wie ze mogen vertrouwen zonder angst om daarin teleurgesteld te worden. Als je wil leren bidden, is het dus vooral belangrijk dat je erop vertrouwt niet teleur te worden gesteld in wat je bidt, zo vertelt Jezus aan zijn leerlingen.
Je deze grondhouding eigen maken, kan naar mijn gevoel enkel in een constante leerschool. Erop vertrouwen dat je zal krijgen wat je vraagt en zal vinden wat je zoekt, is bijlange geen evidente houding. God is immers geen tovenaar die al wat we zouden wensen tevoorschijn kan brengen. Hoe blijf je er dan toch op vertrouwen dat je met gebed nooit bedrogen uit zal komen? Dat kan alleen maar met voelsprieten die verder reiken dan wat hier en nu zichtbaar en tastbaar is. En in het bewustzijn dat het niet ‘ons’, maar Gods Rijk is dat we aanwezig willen zien komen. De kans dat dat er toch wat anders uitziet dan we zelf kunnen bedenken, is groot. Ieder gebed vraagt dus ook om het weerstaan van eigen bekoringen en het binnenlaten van Gods perspectief op de zaken. Als je samen zoekt, vind je meestal ook sneller.
Valérie Kabergs is redactrice bij Otheo en bijbelblogster.