Commentaar bijbellezing 29/6: ‘Namen met toekomst’ - Valérie Kabergs
Evangelie: Matteüs 16, 13-19 –Op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
In die tijd toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: ‘Wie is volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ Zij antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten. Maar gij- sprak Hij tot hen - wie zegt gij dat Ik ben?’ Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ Jezus hernam: ‘Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.’
Commentaar Valérie Kabergs: ‘Namen met toekomst’
Wanneer je iemand een naam geeft, kunnen bepaalde eigenschappen je inspireren. Zo heette onze kuifkanarie Ringo. Soms reikt de betekenis van een naam verder en drukt hij een wens uit. Door de naam van mijn oma te verwerken in die van onze dochter hopen we bijvoorbeeld dat er altijd een bijzondere beschermengel bij haar zal zijn.
In het Evangelie op dit hoogfeest van de heilige Petrus en Paulus krijgen mensen die al een naam hadden een nieuwe naam. Jezus noemt Simon, zoon van Jona, voortaan Petrus. De namen zitten vol symboliek. Jona staat in het Oude Testament gekend als de profeet die wil vluchten voor God. Door de zoon van Jona voortaan Petrus te noemen, markeert Jezus een grote ommekeer in Simons leven. Petrus betekent in het Grieks immers rots, symbool van standvastigheid en trouw.
Belangrijk is dat Jezus Simon pas een nieuwe naam geeft nadat hij zelf een nieuwe naam van Simon ontving. Waar iedereen Jezus kende als Jezus van Nazareth of andere profeten met hem verbond, benoemt Simon wie Jezus echt is: de Zoon van de levende God. Dat is een naam die de meeste mensen pas in de toekomst gerealiseerd zullen zien. Maar Petrus kent hem nu al. Niet vanuit zichzelf, zo doorziet Jezus, maar vanuit zijn verbondenheid met de Vader die in de hemel is. Als Jezus Simon de naam Petrus schenkt, heeft dat niet zozeer te maken met de grote standvastigheid en trouw die Petrus op dat moment al bezit. We weten uit Petrus’ verdere levensloop dat hij Jezus zal verloochenen en in het heetst van de strijd zal vervallen in zijn oude naam. Maar Jezus zag toekomst in hem. Petrus was immers verbonden met God, de Bron van alle toekomst.
Wanneer het Evangelie stelt dat Petrus de rots is waarop Jezus zijn kerk zal bouwen, gaat het misschien wel meer over die goddelijke bron van standvastigheid dan over de figuur van Petrus zelf. Op die manier kan ieder van ons meebouwen aan Jezus’ kerk. Daarvoor hoeven we niet uit te blinken in standvastigheid. Belangrijker is dat we steeds opnieuw terugkeren naar verbondenheid met God. Zolang we dat proberen, ziet Jezus toekomst in ons.
Valérie Kabergs is redactrice bij Otheo en bijbelblogster.

