Commentaar bijbellezing 15/6: ‘Hoe is uw Naam?’ - Koen Vanhoutte
Evangelie: Johannes 16, 12-15 – ‘Al wat de Vader heeft, is het mijne’
In zijn afscheidsrede zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen. Hij zal niet uit zichzelf spreken maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen. Hij zal Mij verheerlijken omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft. Al wat de Vader heeft, is het mijne. Daarom zei Ik dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft.’
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Hoe is uw Naam?’
Hoe is uw Naam, waar zijt Gij te vinden? Die vraag brandt de eeuwen door op de biddende lippen van veel mensen. Ze zoeken tastend thuis te komen in het mysterie van God. Doorheen een lange Bijbelse geschiedenis drong het tot hen door dat ze met de kracht van eigen denken God niet echt dichter op het spoor kunnen komen. In de wisselvalligheden van hun geschiedenis ontdekten ze wel sporen van Gods bevrijdende aanwezigheid. Hij bleek Iemand te zijn met hart voor mens en wereld. Hij toonde zich betrokken, niet opgesloten in zichzelf. Hij wilde er zijn voor zijn volk. Gods nabijkomen bereikt voor christenen een hoogtepunt in het hele Jezusgebeuren. In het licht van Pasen en Pinksteren erkennen ze in Hem Gods veelgeliefde Zoon en verheugden ze zich over zijn blijvende nabijheid in de kracht van de Geest. Tot hun eigen verbazing stamelen ze over de éne God als Vader, Zoon en Geest.
Christenen komen God op het spoor als Iemand die zichzelf geeft en deelt. Hij schept mens en wereld. Uit liefde geeft Hij zijn Zoon. Zijn Geest is zijn blijvend cadeau op weg naar voltooiing. Dit doet ons vermoeden dat God ook in zichzelf een mysterie is van delen, van relatie en gemeenschap. God is geen eenzame eenzaat. In schamele mensenwoorden gezegd, vormt Hij een levens- en liefdesgemeenschap. In de Ene zijn Vader en Zoon op elkaar betrokken in pure wederzijdse liefde die niemand minder is dan de Geest, de liefdesband tussen Vader en Zoon.
En wij, kleine mensen, waar staan wij in dit hooggestemde verhaal van de Drie-ene liefde, Gods nieuwe Naam? Tot onze blijvende verbazing worden wij ‘ten dans gevraagd’, uitgenodigd om te delen in Gods liefdesleven. Wij zijn stof van de aarde genomen. Door ons geloof in Jezus ontvangen we de Geest. Zo vloeit Gods liefde in ons hart. We krijgen deel aan Gods leven, nu nog met vallen en opstaan, maar eens in ongekende volheid van leven. Gods naamfeest maakt ons tot hoopvolle mensen. Met die hoop die niet teleurstelt, stappen we verder door het jubeljaar. Wordt onze wereld steeds meer een levens- en liefdesgemeenschap?
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.