Is de Kerk ingewikkeld? - paus Leo XIV [catechese]
De documenten van Vaticanum II. II De dogmatische constitutie Lumen gentium. 2. De Kerk, zichtbare en geestelijke werkelijkheid
Broeders en zusters, goedendag en welkom!
Vandaag gaan we verder met ons nadenken over de Constitutie van het Concilie Lumen gentium, dogmatische Constitutie over de Kerk.
In het eerste hoofdstuk, waar het vooral de bedoeling is een antwoord te geven op de vraag over wat de kerk is, wordt zij beschreven als een “ingewikkelde werkelijkheid” (n. 8). Nu stellen we ons de vraag: waarin bestaat die ingewikkeldheid?
Men zou kunnen zeggen dat de Kerk ingewikkeld is omdat ze veelzijdig is en dus moeilijk uit te leggen. Men zou kunnen denken dat haar ingewikkeldheid voortkomt uit het feit dat zij een instelling is vol tweeduizend jaar geschiedenis met kenmerken die verschillen van elke andere sociale of godsdienstige realiteit.
In het Latijn wijst het woord “ingewikkeld” (complex) veeleer op een geordende eenheid van verschillende aspecten of elementen binnen in een zelfde werkelijkheid. Daarom kan Lumen gentium stellen dat de Kerk een goed geordend organisme is, waarin de menselijke en de goddelijke realiteit samen bestaan, zonder scheiding en zonder verwarring.
De Kerk is tegelijk een menselijk en een goddelijke werkelijkheid, die de zondige mens opvangt en naar God voert.
Paus Leo XIV
Het eerste aspect is onmiddellijk waarneembaar in de mate dat de Kerk een gemeenschap van mannen en vrouwen is die de vreugde en de moeilijkheid beleven van christen–zijn, met de waarden en gebreken, bij het verkondigen van het Evangelie door teken te worden van de aanwezigheid van Christus die ons vergezelt op onze levensweg. En toch is dergelijk kenmerk, - dat ook tot uiting komt in de organisatie als instelling – volstaat niet om de ware natuur van de Kerk te beschrijven, omdat zij ook een goddelijke eigenheid heeft.
Dit laatste bestaat niet in een ideale volmaaktheid of in een spirituele verhevenheid van haar leden, maar in het feit dat de Kerk ontsproten is aan het liefdesplan van God met de mensheid en dat werkelijkheid is geworden in Christus. De Kerk is daarom, tegelijk aardse gemeenschap en mystiek lichaam van Christus. Zichtbare gemeenschap en geestelijk mysterie. Werkelijkheid aanwezig in de geschiedenis en pelgrimerend volk op weg naar de hemel (LG, 8; CCC, 771).
De menselijke en de goddelijke dimensie bestaan harmonieus samen zonder dat de een de ander overheerst. Vandaar dat de Kerk leeft met een schijnbare tegenspraak: zij is tegelijk een menselijk en een goddelijke werkelijkheid, die de zondige mens opvangt en naar God voert.
Het vlees van Christus, zijn gelaat, zijn gebaren en zijn woorden lieten de onzichtbare God zichtbaar zien.
Paus Leo XIV
Om dergelijke kerkelijke toestand toe te lichten, verwijst Lumen gentium naar het leven van Christus. Immers, wie Jezus ontmoette op de wegen van Palestina, beleefde de ervaring van zijn menselijkheid, van zijn ogen, van zijn handen, van de klank van zijn stem. Wie beweerde Hem te volgen, werd juist aangesproken door de ervaring van zijn gastvrije blik, door de aanraking van zijn zegenende handen, door zijn woorden van gevrijding en genezing. Maar, terzelfdertijd door deze Man te volgen, kwamen de leerlingen open voor de ontmoeting met God. Immers, het vlees van Christus, zijn gelaat, zijn gebaren en zijn woorden lieten de onzichtbare God zichtbaar zien.
In het licht van Jezus’ werkelijkheid kunnen we nu opnieuw naar de Kerk komen en van dichterbij bekijken. Dan ontdekken we een menselijke werkelijkheid bestaande uit concrete mensen, die soms de schoonheid van het Evangelie laten zien en andere keren moeizaam leven en zich, zoals iedereen, vergissen. Hoe dan ook, precies door haar ledematen en haar beperkte aardse kenmerken komt de aanwezigheid Christus aan het licht evenals zijn werk van verlossing. Zoals Benedictus XVI zegde, bestaat er geen tegenstelling tussen Evangelie en instelling, veeleer dragen de structuren van de Kerk bij tot “de verwerkelijking en het concreet maken van het Evangelie in onze tijd” (Toespraak tot de Bisschoppen van Zwitserland, 9 november 2006). Er bestaat geen ideale en zuivere Kerk, los van de aarde, maar alleen de enige Kerk van Christus, vlees geworden in de geschiedenis.
Hierin bestaat de heiligheid van de Kerk: in het feit dat Christus in haar woont en Zich blijft schenken langs de kleinheid en de broosheid van zijn leden. Door dit eeuwige wonder te zien dat in haar plaats heeft, verstaan we “de methode van God”: Hij maakt zich zichtbaar langs de zwakheid van de schepselen. Zo blijft Hij zich openbare en werken. Daarom spoort Paus Franciscus, in de Vreugde van het Evangelie, allen aan te leren de sandalen uit te doen alvorens de heilige grond van de ander te betreden(cfr Ex 3, 5)”(n. 169). Dat stelt ons in staat ook vandaag nog de Kerk op te bouwen: niet slechts door haar zichtbare verschijning te organiseren, maar dat geestelijk bouwsel te maken dat het lichaam van Christus is, door de communie en de liefde onder ons.
Naastenliefde brengt inderdaad voortdurend de aanwezigheid van de Verrezene voort. “Ik wens de hemel – zet de Heilige Augustinus – dat allen slechts met de naastenliefde begaan zijn: zij is immers de enige die alle dingen overwint en zonder haar zijn alle dingen waardeloos; overal waar zij is, trekt zij allen tot zich “ (Serm. 354,6,6).
Vertaling uit het Italiaans: Marcel De Pauw msc