‘Kansen zijn niet oneindig’ — dit schrijven ‘De 12’ deze week
De 12’ vormen samen het lezerspanel van Kerk & Leven. In een beurtrol verzorgen ze elke week vier kleine rubrieken: een column, het antwoord op drie doordenkers, een foto die ze onlangs op Otheo zagen en die hen inspireerde en een citaat dat hen dierbaar is.
Kansen zijn niet oneindig — Luc Smeets
Het uitspreken van straffen is eeuwenoud. Bij drugdelicten, huiselijk geweld en verkeersovertredingen worden meer en meer voorwaardelijke straffen uitgesproken. De veroordeelde krijgt uitstel van zijn effectieve straf op voorwaarde dat hij een aantal afspraken nakomt en uitvoert, zoals het volgen van een gedragstraining, begeleiding bij drugverslaving of een werkstraf. Een justitieassistent volgt de uitvoering op. Al enkele jaren maak ik als vrijwilliger deel uit van een probatiecommissie, waarin een magistraat-voorzitter, een advocaat, een ambtenaar en een parketmagistraat de voortgang bespreken. De werking van de probatie en werkstraffen kost de samenleving handenvol geld: inzet van personeel, begeleidingscursussen en de uitvoering van werkstraffen. Nieuwe kansen geven vanuit maatschappelijk oogpunt is aanvaardbaar vanuit het principe dat mensen zelf hun fouten moeten kunnen rechtzetten. Dat vraagt schuldinzicht en de wil om de voorwaarden echt na te leven. Het bijwonen van die commissie is voor mij elke keer opnieuw een wake-upcall, want het is schrijnend hoe jonge mensen ontwricht zijn als gevolg van hun jarenlange verslaving en de hiermee samenhangende effecten op hun geest, lichaam en dagelijks leven.
Gelukkig zijn er ook hoopvolle trajecten waarbij de kansen tot herstel benut worden. De commissie maakt een eerlijke en soms moeilijke afweging tussen de maatschappelijk geboden kansen en het engagement van de betrokkene. Maar hoe ver kan je daarin gaan? Het gezegde ‘wie niet horen wil, moet voelen’ komt soms ter sprake wanneer de kansen echt op zijn. Kansen zijn immers niet oneindig.
Doordenkers: Xenia Geysemans beantwoordt 3 vragen
Heb je een tattoo?
Ja, zeker. Intussen een stuk of vier. De meeste staan gecentreerd op mijn linkerbovenarm, dicht bij mijn hart, je weet wel. Mijn grootste én eerste tattoo staat op mijn rug. Die heb ik storge genoemd: ouderlijke of familiale liefde. Het werd een heus nest van mussen in dotwork, waarin mijn mama, papa, mezelf en later ook mijn dochter vereeuwigd werden. Een mooi eerbetoon, vind ik nog altijd. Op mijn arm staan dan weer fragmenten van het ultra-eclectische geboortekaartje van mijn dochter, ontworpen door theoloog en artiest Sander Vloebergs. Schitterend werk, al moet je óf ervoor gestudeerd hebben, óf een licht scheve hermeneutiek bezitten om het volledig te begrijpen.
Waar voel je je thuis?
Op een podium met mijn rockband Mission Kowalski. Zingen, dansen en het publiek entertainen zijn ondertussen compleet uit de hand gelopen hobby’s geworden. Op een podium kan ik vaak nét iets meer mezelf zijn en is de kans ook iets kleiner om gecanceld te worden. Artistieke vrijheid, vermoed ik. Een artiest krijgt nu eenmaal wat meer krediet dan een docent ethiek. Woeps.
Wat is jouw favoriete bloem en waarom?
Het vrouwelijke Latijnse paradigma. Echt waar. Ik kan het nog altijd luidop opdreunen: rosa, rosae, rosam, rosas… enzovoort. De roos is zo’n beetje een rode draad in mijn leven geworden. Het is het meest gevraagde lied dat ik zing op begrafenissen, de naam van mijn prachtige dochter, de meest gebruikte bloem in de parfumindustrie (nog zo’n uit de hand gelopen hobby) én toevallig ook mijn lievelingskleur. En eerlijk? De doornen mogen er gerust bij horen.
Jana Wuyts kiest een foto die haar bijbleef
Ik was twaalf toen koning Boudewijn stierf. Zijn overlijden is het eerste nieuwsfeit dat ik me herinner. De televisiebeelden staan in mijn geheugen gegrift: de kist uit Spanje, de bloemenzee aan het paleis, de eindeloze rij rouwenden.
De nieuwe biografie van Vincent Dujardin, die gebaseerd is op dagboeken uit het privéarchief, brengt de crisis in herinnering die ontstond toen de koning weigerde de abortuswet te ondertekenen.
‘Zul jij mij volgen?’, vroeg de koning in 1990 in een briefje aan zijn vrouw. Hij vreesde in ballingschap te moeten gaan.
Hoe zeldzaam en bijzonder is een mens die zijn geweten boven zijn gemak plaatst. Ik was nog te jong om te beseffen waar het toen over ging, maar vandaag ben ik ontroerd door dat koninklijke kattebelletje.
Wacht niet tot de bui over is, maar dans in de regen
Broeder Daniël over dit citaat
Christus is verrezen, ja waarlijk verrezen!” Wat een ‘apriori vreugde’ (Pavel Evdokimov): objectief, onafhankelijk van mijn subjectieve stemmingen of situatie. ‘Laat niets je zozeer bedroeven dat het je de vreugde om Christus’ verrijzenis zou ontnemen’ (M.Teresa). En zij wist van miserie!
Hoe ìk me ook voel, waar ík ook aan toe ben, ik kan God nog altijd ‘loven, prijzen, aanbidden om Zíjn grote heerlijkheid’ (lofzang Gloria). Hij is de Zon van mijn bestaan. Hij onderhoudt de vlam van mijn bestaan. Moge de haard van Zijn aanwezigheid ons een vreugdevuur ontsteken.
Paulus schreef aan zijn Tessalonicenzen: ‘Gij hebt het Woord aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de Heilige Geest.’ ‘Ik dans om mijn God, mijn bevrijder! Hij is mijn kracht’ (Habakuk 3,17-19). Niet na, maar in.