Ten einde toe beminnen: dat is de sleutel - paus Leo XIV [catechese]
Cyclus – Jubileum 2025.Jezus Christus onze hoop. III Het Pasen van Jezus. 3. De vergiffenis Hij “gaf hun een bewijs van zijn liefde, tot het uiterste toe”, Joh 13,1)
Geliefde broeders en zusters,
vandaag staan we stil bij een van de meest onthutsende en verlichtende gebaren in het Evangelie: het moment waarop Jezus, gedurende het Laatste Avondmaal, de beker reikt aan die Hem gaat verraden. Het is niet slechts een gebaar van delen, het is meer dat dan: het is de laatste poging om zich vanuit liefde niet over te leveren. Sint Jan, vanuit zijn diepe geestelijke gevoeligheid, verhaalt ons op deze wijze dat gebeuren;: “Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren,(…) stond Jezus van tafel op. In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde,”(Joh 13,1-2). Ten einde toe beminnen: dat is de sleutel om het hart van Christus te verstaan. Een liefde die niet stopt voor de afwijzing, voor de ontgoocheling, zelfs niet voor de ondankbaarheid.
Jezus kent het uur, maar ondergaat het niet. Hij kiest. Hij is het die het tijdstip kent waarop zijn liefde doorheen de meest pijnlijke verwonding moet, die van het verraad. In plaats van zich terug te trekken, te beschuldigen, zich te verdedigen…blijft Hij liefhebben: wast de voeten, doopt het brood en biedt het aan.
“Hij is het aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen” (Joh 13,26). Door dit eenvoudige en nederige gebaar, doet Jezus zijn liefde groeien en verdiept haar. Niet omdat Hij voorbijziet aan wat er gebeurt, maar omdat Hij in alle helderheid ziet. Hij heeft begrepen dat de vrijheid van de ander, ook als ze verdwaalt in het kwade, toch bereikbaar is voor het licht van een eenvoudig gebaar. Hij weet dat echte vergiffenis niet wacht op berouw, maar de eerste stap zet, als een gratis gebaar, nog voor ze aanvaard wordt.
Vergeving toont zich
Judas begrijpt dit, spijtig genoeg, niet. Na het stuk brood – zegt het Evangelie – “voer de satan in hem.“ ( v.27). Deze tekst schokt ons: alsof het kwaad, tot op dat ogenblik verborgen, aan het licht komt nadat de liefde haar meest kwetsbare gelaat heeft getoond. Precies hierom, broeders en zusters, is dat stuk brood onze redding. Men zegt immers dat God alles doet - werkelijk alles - om ons nabij te komen , ook op het ogenblik dat wij Hem afwijzen.
Op dit punt toont vergeving zich met al haar kracht en toont ze het concrete gelaat van de hoop. Het is geen vergetelheid, geen zwakheid. Het is het vermogen de ander vrij te laten, en toch ten einde toe te beminnen. De liefde van Jezus ontkent de waarheid van het lijden niet, maar aanvaardt niet dat het kwaad het laatste woord heeft .Dat is het mysterie dat Jezus voor ons voltrekt, waaraan wij soms uitgenodigd worden deel te nemen.
Vergeven betekent niet het kwaad miskennen, maar wel verhinderen dat het nog meer kwaad veroorzaakt.
Veel relaties worden verbroken, veel verhalen worden verward, veel onuitgesproken woorden blijven ongezegd. En toch, het Evangelie toont ons dat er steeds een wijze is om te blijven liefhebben, ook wanneer alles reddeloos verloren lijkt te zijn.. Vergeven betekent niet het kwaad miskennen, maar wel verhinderen dat het nog meer kwaad veroorzaakt. Het is niet zeggen dat er niets gebeurd is, maar wel al het mogelijke doen zodat niet de wrok de toekomst bepaalt.
Wanneer Judas de zaal verlaat “was het nacht” (v.30). Maar meteen zegt Jezus: “Nu is de Mensenzoon verheerlijkt” (v. 31). Het is nog steeds nacht, maar een licht begint te stralen. Het straalt omdat Christus trouw blijft tot het einde. Zijn liefde is sterker dan de haat.
Geliefde broeders en zusters,
ook wij beleven pijnlijke en afmattende nachten. Nachten van de ziel, nachten van ontgoocheling, nachten waarin iemand ons heeft gekwetst of verraden. Op die ogenblikken bestaat de bekoring ons af te sluiten, ons te beschermen, terug te slaan. Maar de Heer toont ons dat er hoop bestaat, er bestaat steeds een andere weg. Hij leert ons dat men te eten kan aanbieden, ook aan wie ons de rug toekeert. Men kan antwoorden met de stilte van het vertrouwen. En verder kan gaan in waardigheid, zonder af te zien van de liefde.
Liefhebben
Laten we vandaag de genade vragen om te kunnen vergeven, ook als we ons onbegrepen voelen, ook als we ons verlaten voelen. Het is immers juist op die ogenblikken dat de liefde haar hoogste punt kan bereiken. Zoals Jezus ons leert, liefhebben betekent de ander vrij laten – ook om verraad te plegen - zonder ooit ophouden te vertrouwen dat zelfs die liefde, gekwetst en verloren, ontrukt kan worden aan de misleidingaavn de duisternis en terug kan geschonken kan worden aan het licht van het goede.
Wanneer het licht van de vergiffenis kan doordringen in de diepste krochten van het hart, verstaan we dat het nooit nutteloos is. Ook als de ander ze niet aanvaardt, ook als ze nutteloos lijkt, dan bevrijdt vergiffenis diegene die ze schenkt: ze lost de wraak op, herstelt de vrede, schenkt onszelf aan onszelf terug.
Jezus, door het eenvoudige gebaar van het aangeboden brood, toont dat elk verraad een heilsgebeuren kan worden, als men het beleeft als een ruimte tot een grotere liefde. Geef niet toe aan het kwade, maar overwin het door het goede en verhinder zo het meest waarachtige in ons te doven: het vermogen lief te hebben
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc