Kan ik wel een christen zijn? – Kristien Hemmerechts [column]
Sinds kort weet ik dat ik geen christen ben. Dat kwam in alle eerlijkheid als een schok. Blijkbaar is er hoop: ik ben een christen in wording. Dit vergt enige uitleg.
Om te beginnen dit: in mijn hart ben en blijf ik een christen. Zelfs jaren geleden, lang voor mijn terugkeer naar de Kerk, antwoordde ik op de vraag naar mijn godsdienst: ik ben een christen. Dat was in Afrika. Ik had al gauw in de gaten dat je daar moeilijk kunt antwoorden dat je geen godsdienst hebt. En dus antwoordde ik: I’m a christian, je suis chrétienne. Door het antwoord te geven, besefte ik dat het klopte. Ik ben gevormd door de christelijke cultuur en traditie. Ook toen voelde ik me een christen.
Ik gebruik niet graag het werkwoord ‘geloven’. Ik verkies het werkwoord ‘vertrouwen’. Kan ik dan een christen zijn?
Nu ik opnieuw de mis bijwoon – en graag bijwoon – en nu ik me verdiep in de christelijke leer, ontdek ik dat ik eigenlijk geen christen ben. Paulus, die we kunnen beschouwen als de architect van het christendom, heeft gezegd: het draait allemaal om de figuur van Jezus, van Christus. Een christen gelooft dat Jezus de Zoon van God – God de Zoon – is, dat hij zijn leven heeft gegeven om ons te redden, dat hij is verrezen én dat hij zal terugkeren. Dat is een groot pakket om te geloven. Ik weet niet of ik het geloof. Of anders gesteld: ik vind het niet belangrijk of ik het al dan niet geloof. Ik gebruik niet graag het werkwoord ‘geloven’. Ik verkies het werkwoord ‘vertrouwen’. Kan ik dan een christen zijn?
Eén van de mooiste gedachten van het christendom is de nabijheid van God en de gedachte dat je God in elke mens kunt ontmoeten. Dat lijkt me een grote uitdaging en een interessante oefening: probeer in elke mens God te zien. Of denk aan de uitspraak: we zijn allemaal kinderen Gods. Blijkbaar gaat die terug op psalm 82: ‘U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal.’ Voor mij zijn het kostbare woorden: we zijn allemaal kinderen Gods, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Als iedereen dat zou beseffen, kwam het nog goed met de wereld.
Lees ook
Misschien kunnen we Jezus zien als de mens in wie God het meest aanwezig was. Of misschien was en is hij inderdaad ‘door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden’, zoals staat in Johannes 10, 34. Wat mij betreft hoeft Jezus niet letterlijk de Zoon van God te zijn, hij hoeft niet letterlijk God te zijn om hem een prachtige, inspirerende figuur te vinden.
Iemand die net als ik heel regelmatig de mis bijwoont, zei ooit tegen mij: ‘Stel je voor dat het allemaal waar zou zijn.’ We glimlachten naar elkaar. Het was geruststellend te weten dat de Kerk veel ruimte voor twijfel biedt, dat is ooit wel anders geweest. Ik noem mezelf graag een ongelovige gelovige. Ik denk dat ik daarnaast mezelf een christen zal blijven noemen. Ik vermoed dat er veel christenen zijn zoals ik, mensen die zich aangetrokken voelen tot de Kerk, die graag de mis bijwonen en ook te communie gaan, al kunnen ze niet beweren het allemaal te geloven.
Wat is het dan wel? Dát is de vraag.





