Advocaat Paul Quirynen in open brief: ‘Waarom de Kerk blijven beladen met alle zonden van Israël?’

Samen met enkele leden van Logia kant de advocaat zich tegen de teneur van ‘Brief aan de paus’, de opvolger van ‘Godvergeten’.
08/06/2026 - 15:01

De laatste uitzending van Godvergeten(de opvolger Brief aan de paus, nvdr) wekt de indruk dat Kerk haast niets gedaan heeft voor de slachtoffers van seksueel misbruik in haar rangen. Het dossier kindermisbruik bevat wellicht de zwartste bladzijden uit de Kerkgeschiedenis van Vlaanderen en is nu al 15 jaar onafgebroken aanwezig in de media. Een drama werd duidelijk: heel wat jongeren werden slachtoffer van pedofilie met de verzwarende omstandigheid dat daders van deze misdrijven priesters waren, tot zelfs een bisschop toe.

In 2010 was er zeker een moeizame zoektocht naar de juiste antwoorden op de vreselijke vragen die werden gesteld. Gelukkig heeft de zienswijze van de toenmalige Vlaamse bisschoppen Johan Bonny en Jozef De Kesel geruggensteund door heel wat academici, het gehaald om reeds toen prioritair aandacht te geven voor de slachtoffers en de feiten die aangehaald werden als waarheid te aanvaarden.

Door alle genomen maatregelen is de Kerk misschien één der veiligste plekken geworden binnen onze huidige samenleving.

Ondanks de schijn die gewekt wordt door Godvergeten, is er sedert 2010 de bereidheid om samen met het parlement en de politieke wereld oplossingen na te streven voor de juridische problemen die de Kerk overstijgen. Ondanks wat bepaalde advocaten en slachtoffers blijven beweren, heeft de Kerk de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan:
 

  • Door het aanvaarden van het principe dat geen verjaring zou worden ingeroepen voor feiten die juridisch verjaard zijn
  • Door het aanvaarden van het principe dat schade dient te worden vergoed met als richtlijnen deze die worden aangewend door de Belgische
    rechtbanken inzake menselijke- en letselschade
  • Door het oprichten in ieder bisdom en binnen de Unie van Religieuzen van opvangpunten voor slachtoffers waar via bemiddelingsprocedures gezocht werd naar heling van wonden en vergoeding van schade
  • Door constructief mee te werken aan hoorzittingen van het Federaal parlement en andere instellingen en het aanvaarden van een arbitrageregeling voor alle slachtoffers van deze misdrijven die wilden meewerken
  • Door het beschikbaar stellen van fondsen via de Stichting Dignity ter vergoeding van slachtoffers en door het aanvaarden dat het instituut Kerk
    schade zou vergoeden voor individuele daders , die naar recht uiteindelijk zelf verantwoordelijk zijn voor eigen daden en hun gevolgen
  • Door het opstarten van allerlei inititatieven inzake vorming van medewerkers en screening van bestaande structuren
  • Door het organiseren van herdenkingsmomenten en het oprichten van een interdiocesane commissie voor screening van toekomstige priesters
    en preventie in de ruime zin
  • Door het opvolgen van daders van verjaarde feiten via kerkelijke sancties, waarbij men niet meer publiek mocht optreden als priester

Binnen de Kerk is nu alleszins bespreekbaar geworden dat pijnlijke feiten uit het verleden ernstig dienden genomen te worden, dat blijvend respect voor slachtoffers noodzakelijk is en dat vragen om hulp en bijstand steeds moeten beantwoord worden.

Ondanks wat bepaalde advocaten en slachtoffers blijven beweren, heeft de Kerk de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan.

Als richtlijnen voor vergoedingen van schade wordt gebruik gemaakt van de indicatieve tabellen die ook door de Belgische rechtbanken worden aangewend. Waar bij de rechtbanken de verjaring blijft gelden, heeft de Kerk dit principe opzij geschoven en ook vergoedingen uitgekeerd voor dossiers uit een ver verleden. Qua hoegrootheid van bedragen heeft de Kerk in vele dossiers ook de limieten van de rechtbank vaak en soms ook ruim overschreden.

Vele slachtoffers werden zodoende erkend en zijn ook daadwerkelijk geholpen via arbitrage, bemiddeling, overleg en erkenningsgesprekken met religieuzen of bisschoppen. Ook vele medewerkers van de Kerk hebben honderden uren gesproken met slachtoffers en zijn zo ook tochtgenoot geweest van medemensen met kwetsuren uit vaak ook een ver verleden.

Geen enkel bedrag kan evenwel de schade van een misdrijf vergoeden en geen enkele ouder kan een som noemen die zou overeenstemmen met het verlies van een kind door een verkeersongeval of met kwetsuren van een seksueel misdrijf. In afwachting van een globale en ruimere regeling door de overheid voor alle slachtoffers heeft de Kerk recent nog aanvullende vergoedingen toegekend van 3.000 euro per slachtoffer meer kosten voor psychologische begeleiding.

Ook vele medewerkers van de Kerk hebben honderden uren gesproken met slachtoffers en zijn zo ook tochtgenoot geweest van medemensen met kwetsuren uit vaak ook een ver verleden.

En toch blijven in de media stemmen klinken dat de Kerk haast niets heeft gedaan met het leed dat is veroorzaakt door haar vroegere medewerkers. De problematiek van grensoverschrijdend gedrag, toxisch handelen en pedofilie is meer dan ooit zichtbaar gemaakt binnen de Kerk. De maatschappelijke vraag is hoe men tot waarheid en heling kan komen. Dat kan onder meer door financiële vergoedingen, maar vooral doordat de Kerk haar fouten toegeeft en ook persoonlijk in gesprek met slachtoffers erkent.

Door alle genomen maatregelen is de Kerk misschien één der veiligste plekken geworden binnen onze huidige samenleving. Bisschop Johan Bonny en anderen hebben voorheen diverse oproepen gedaan naar politici om de problematiek van grensoverschrijdend gedrag te verruimen naar de ganse samenleving en structuren uit te werken voor alle slachtoffers van seksueel geweld. Helaas is er in de politieke wereld een vorm van stilzwijgen.

De Kerk is al veel verder gegaan dan wat de Belgische wetten voorschrijven. Als de wetgever vindt dat de Kerk onvoldoende heeft gedaan, moeten de wetten in dit verband aangepast worden. Concreet zou het toch bijvoorbeeld niet zo moeilijk moeten zijn om een Fonds op te richten voor slachtoffers van misdrijven met een seksueel karakter naar analogie met het slachtofferfonds voor opzettelijke misdrijven, gespijsd door de daders zelf van deze misdrijven.

Misschien zullen sommige slachtoffers niet tevreden zijn om reden dat ook in dit fonds de uitgekeerde vergoedingen begrensd zijn, daar menselijk leed nauwelijks in geld waardeerbaar is. Maar eerlijk spreken binnen de samenleving is broodnodig in deze problematiek. Ook dat zorgt voor heling...

Sabine Van Huffel - ingenieur
Hans Geybels - theoloog
Ides Nicaise - onderzoeker sociaal beleid
Marc Eneman - psychiater
Paul Quirynen - ereadvocaat en erevrederechter

Klacht tegen Otheo bij de Raad voor de Journalistiek ongegrond

De Raad voor de Journalistiek heeft een klacht tegen Otheo ongegrond verklaard. De klacht volgde op de beslissing van de redactie om een opinie niet te publiceren naar aanleiding van deze  open brief over de aanpak van seksueel misbruik in de Kerk. De Raad oordeelde dat het hier om opiniebijdragen ging en bevestigde dat redacties in alle onafhankelijkheid beslissen welke opinieteksten zij publiceren. Van een journalistiek-ethische fout was volgens de Raad geen sprake. Hieronder leest u de samenvatting van de uitspraak.  De volledige beslissing vindt u via deze link.


De betwiste publicatie is geen feitelijke berichtgeving, maar een opiniestuk van zes mensen die het opnemen voor de kerk tegen het beeld dat geschetst wordt in de televisiedocumentaire Brief aan de paus. De briefschrijvers vinden dat de indruk gewekt wordt dat de kerk zo goed als niets gedaan heeft voor slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken en sommen de inspanningen op die de kerk volgens hen wel gedaan heeft. Het opiniestuk is gepubliceerd in de vorm van een open brief en wordt in de titel ook zo benoemd.

De briefschrijvers verwijzen in de opiniebijdrage naar het standpunt van “bepaalde advocaten en slachtoffers” en vragen zich af “Waarom de Kerk blijven beladen met alle zonden van Israël?”. De Raad kan daarbij niet uitmaken dat het over de slachtofferorganisaties MAVEK en vzw Mensenrechten in de kerk gaat, en ziet dus ook geen rechtstreekse aanval op die organisaties. De Raad stelt in die formuleringen ook niet vast dat er ernstige beschuldigingen uitgebracht worden die de eer en goede naam betreffen en die nopen tot wederhoor, zoals artikel 20 van de Code voorschrijft.

Klagers tonen niet aan welke feitelijke onjuistheden er in de open brief staan en welke informatie bijgevolg rechtgezet of aangevuld zou moeten worden. Het was in deze dan ook niet nodig om de tekst van klagers als wederwoord te publiceren, zoals bepaald in artikel 7 van de Code.

De Raad stelt vast dat de tekst van klagers ook tot het genre van de opiniebijdrage behoort. Volgens artikel 14 van de Code beslissen redacties in alle onafhankelijkheid welke opiniebijdragen ze publiceren. Het staat hen vrij om de ene tekst wel te publiceren en de andere niet. Bijgevolg kan de ene redactie beslissen om het opiniestuk met de tegenstem van klagers wel te publiceren, zoals De Morgen, terwijl de andere redactie de tegenstem niet publiceert, zoals Otheo.be. De Raad ziet daarin geen beroepsethische fout.

De volledige uitspraak leest u via deze link.

 

Lees ook

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden.

Met het voorstel, waarin allereerst een luik voor slachtoffers van misbruik in Kerk moet uitgewerkt, kan de minister naar regering en parlement gaan.

Jan Hertogen van de ‘Overleggroep Slachtoffers-kerk’.

De klacht, opgesteld door Jan Hertogen, wordt op 1 april behandeld door de Raad voor de Journalistiek.

Mia De Schamphelaere: ‘Vandaag worden we geconfronteerd met een gevoel van woede en zelfs haat tegenover de Kerk en dat is soms moeilijk te plaatsen.’

Mia De Schamphelaere en overlevers Paul, Luna T. en Lieve evalueren de evolutie na 'Godvergeten'. Wat is voor hen daarin persoonlijk de belangrijkste?

Na de Canvas-uitzending Brief aan de paus reageren aartsbisschop Terlinden en coördinator Jessika Soors op de verdere aanpak van seksueel misbruik.