Commentaar bijbellezing 13/7: ‘Vraag en antwoord’ - Koen Vanhoutte
Evangelie: Lucas 10, 25-37 –En wie is mijn naaste?
In die tijd trad een wetgeleerde naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zei: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ Jezus sprak tot hem: ‘Wat staat er geschreven in de wet? Wat leest ge daar?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.’ Jezus zei: ‘Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.’ Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak de wetgeleerde tot Jezus: ‘En wie is mijn naaste?’ Nu nam Jezus weer het woord en zei: ‘Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem halfdood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. De volgende morgen haalde hij twee tienlingen te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg voor hem en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden. Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers gevallen is?’ De wetgeleerde antwoordde: ‘Die hem barmhartigheid betoond heeft.’ En Jezus sprak: ‘Ga dan en doe gij evenzo.’
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Vraag en antwoord’
Mensen komen soms verrassend uit de hoek. Ze stellen die er, voorbij het gepraat over koetjes en kalfjes, echt toe doen. Ze raken diepgaande thema’s aan. Ervaringen van eenzaamheid, schuld, tegenslag en geluk geven aanleiding tot boeiende gesprekken. Vroeg of laat gaat het over de vraag naar een gelukkiger en zinvoller leven. Antwoorden hoeven niet ver gezocht te worden. Spirituele tradities wijzen de wegen naar geluk. De Schrift bezingt Gods wet als een rijke verzameling wegwijzers naar het leven. ‘Liefde tot God en de naaste’ klinkt er als welbekende samenvatting en refrein bovenuit. De aanzet is gegeven. Het vragen kan stoppen. Er zijn antwoorden maar om één of andere reden gaan we liever nog wat door met vragen stellen.
Jezus laat de vraagspelletjes niet lang duren. Hij laat zich niet meeslepen in eindeloze discussies. Hij verlaat het domein van de theoretische beschouwingen. Hij deelt concrete levenservaringen. Hij heeft het niet voor langdurige hersenspinsels over de algemene vraag ‘wie is mijn naaste?’. Hij spreekt over kwetsbare mensen die ons vanuit hun nood bevragen. Gekwetste mensen vragen om onze aandacht en zorg. Ze vragen of we beschikken over een meelevend hart dat niet slaapt in onverschilligheid en zich niet wentelt in goedkope excuses. Gehavende mensen vragen om behulpzame handen die niet werkloos blijven en geen afstand bewaren. Ze verwachten dat we het medeleven van ons hart laten doorgroeien in daadwerkelijke dienstbaarheid. Mededogen is een zaak van hart én handen. Eenmaal geraakt in zijn hart, schiet de barmhartige Samaritaan volop in actie.
Onze vraag naar een leven zoals God het droomt, mondt uit in de opdracht van Jezus om met hart en handen mee te leven met mensen die een vraag zijn naar warm mededogen. Meer dan hoogdravende discussies brengen concrete praktijkoefeningen in werken van barmhartigheid ons dichter bij het geluk dat God ons biedt. ‘Ga dan en doe evenzo’ besluit Jezus. Na de voetwassing klonk het even krachtig ‘Ik heb jullie het voorbeeld gegeven: je moet doen zoals Ik voor jullie heb gedaan’.
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.