De nederigheid van Jezus - paus Leo XIV [catechese]
Cyclus – Jubileum 2025. Jezus Christus onze hoop. III Het Pasen van Jezus. 10. Opnieuw warm worden. “Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak” (Lc 24,32)
Geliefde broeders en zusters, goedendag!
Vandaag zou ik jullie willen uitnodigen om na te denken over een verrassend aspect van de Verrijzenis van Christus: zijn nederigheid. Wanneer we terugkijken naar de evangelieverhalen, dan stellen we vast dat de verrezen Heer niets uitzonderlijks doet om zich aan het geloof van zijn leerlingen op te dringen. Hij verschijnt niet omgeven met scharen engelen. Hij gebruikt geen schokkende gebaren. Hij houdt geen plechtige uiteenzetting om de geheimen van het heelal te verklaren. Integendeel. Hij nadert heel discreet, als een gewone voetganger, als een hongerig mens die vraagt om wat brood te delen (cfr Lc 24,15. 41). Maria van Magdala houdt Hem voor een tuinman (cfr Joh 20,15). De leerlingen van Emmaüs zien een vreemdeling (cfr Lc 24,18). Petrus en de andere vissers denken dat het om een reiziger gaat (cfr Joh 21,4). Wij zouden uitzonderlijke zaken verwachten, tekenen van macht, overdonderende bewijzen. Maar dat zoekt de Heer niet: Hij verkiest de taal van de nabijheid, van het gewone, van de gedeelde tafel.
Verdiepte gemeenschap
Broeders en zusters, hierin ligt een kostbare boodschap besloten: de Verrijzenis is geen verrassend toneelspektakel, maar een stille verandering die elk menselijk gebaar met zin vervult. De verrezen Jezus eet voor het oog van zijn leerlingen een portie vis. Dat is geen onbelangrijk detail, maar de bevestiging dat ons lichaam, onze geschiedenis, onze relaties geen verpakking zijn om weg te gooien. Ze zijn bestemd voor de volheid van het leven. Verrijzen betekent niet een verdwijnende geest worden, maar tot een verdiepte gemeenschap met God en met de broeders komen, in een menselijkheid die door de liefde veranderd is.
In het Pasen van Christus kan alles genade worden. Ook de meest gewone dingen: eten, werken, wachten, de woning poetsen, een vriend hulp bieden. De Verrijzenis onttrekt het leven niet aan de tijd en aan de moeite, maar verandert er de zin en de “smaak” van. Elk gebaar gesteld uit dankbaarheid en gemeenschap is een voorafname op het Rijk van God. Hoe dan ook, er blijft een hinderpaal die vaak verhindert dat de aanwezigheid van Christus in het gewone wordt herkend: de eis dat de vreugde vrij moet zijn van leed. De leerlingen van Emmaüs zijn bedroefd op weg omdat ze een ander slot hadden verwacht: een Messias die niet het kruis zou kennen. Ofschoon ze hebben horen zeggen dat het graf leeg was, komen zij toch niet tot een glimlach. Maar Jezus gaat aan hun zijde en met geduld helpt Hij hen verstaan dat de pijn geen loochening is van de belofte, maar de weg waarlangs God de omvang van zijn liefde heeft getoond (cfr Lc 24,13-27).
Hoe verwijderd, verdwaald of onwaardig we ons voelen, er bestaat geen afstand die de onblusbare kracht van de liefde van God kan doven
Lees ook
Wanneer ze uiteindelijk met Hem aan tafel zitten en het brood breken, gaan hun ogen open. Ze komen tot het besef dat hun hart reeds brandde, ook al wisten zij het nog niet (cfr Lc 24,28-32). Dat is de grootste verrassing: ontdekken dat onder de as van de ontgoocheling en van de vermoeidheid,
altijd een smeulende kool aanwezig is die wacht op aanwakkering. Broeders en zusters, de verrijzenis van Christus leert ons dat de geschiedenis vaak sterk getekend is door ontgoocheling of zonde zodat er geen plaats meer is voor hoop. Geen enkele val is definitief, geen enkele nacht is eeuwig, geen enkele wonde is bestemd om voor altijd open te blijven. Hoe verwijderd, verdwaald of onwaardig we ons voelen, er bestaat geen afstand die de onblusbare kracht van de liefde van God kan doven. Soms denken wij dat de Heer ons slechts komt bezoeken op ogenblikken van ingetogenheid of geestelijke ijver. Wanneer we ons verheven voelen, wanneer ons leven geordend en lichtend lijkt. Daarentegen komt de Verrezene dichtbij op de meest duistere plaatsen, wanneer we mislukken, in versleten relaties, in de dagelijkse vermoeidheid die op de schouders drukt, in de twijfels die ontmoedigen. Niets van wat we zijn, geen deeltje van ons bestaan is Hem vreemd.
Hart verwarmen
Vandaag is de verrezen Heer bij ieder van ons, precies wanneer wij onze wegen gaan – die van het werk en van de inzet, maar ook die van het lijden en van de eenzaamheid – en met mateloze tederheid vraagt Hij ons het hart te laten verwarmen. Hij dringt zich niet op met lawaai, Hij eist niet dat Hij meteen erkend wordt. Met geduld wacht Hij op het ogenblik dat onze ogen zich openen voor zijn vriendengezicht, bekwaam om ontgoocheling om te vormen tot vertrouwvolle verwachting, droefheid tot dankbaarheid, ontmoediging tot hoop. De Verrezene wil slechts zijn aanwezigheid tonen, onze tochtgenoot worden en in ons de zekerheid ontsteken dat zijn leven sterker is dan elke dood. Bidden we dus om de genade zijn nederige en bescheiden aanwezigheid te onderkennen, geen leven te eisen zonder beproevingen, te ontdekken dat elk lijden, wanneer bewoond door liefde, een plaats van gemeenschap kan worden. En dus, net zoals de leerlingen van Emmaüs, keren ook wij terug naar onze huizen met een hart dat brandt van vreugde. Een eenvoudige vreugde, die de wonden niet wegvaagt maar ze doet oplichten. Een vreugde die ontstaat uit de zekerheid dat de Heer leeft, met ons op weg is en ons elk ogenblik de mogelijkheid biedt opnieuw te beginnen.
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc



