De verhouding tussen Heilige Schrift en Overlevering - paus Leo XIV [catechese]
Catechese. Vaticanum II in zijn documenten. Inleidende catechese.
We gaan verder met de lezing van de Constitutie Dei Verbum van het Tweede Vaticaans Concilie over de goddelijke Openbaring. Vandaag denken we na over de verhouding tussen Heilige Schrift en Overlevering. Als achtergrond nemen we twee evangelische gebeurtenissen. In die eerste, die zich afspeelt in de Bovenzaal, zegt Jezus in zijn grote testament toespraak tot zijn leerlingen: “Dit zeg Ik u, terwijl ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb…Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen” (Joh 14,25-26; 16,13). Het tweede gebeuren voert ons daarentegen naar de heuvels in Galilea. De verrezen Jezus verschijnt aan de leerlingen, die verrast zijn en twijfelen. Hij geeft hen een opdracht: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb”(Mt 28,19-20). In beide gebeurtenissen is het duidelijk dat er een nauwe band is tussen het verkondigde woord van Christus en de verspreiding ervan doorheen de eeuwen.
Kerkelijke Overlevering
Dat is wat het Tweede Vaticaans Concilie bevestigt door terug te grijpen naar een sprekend beeld: ”De heilige overlevering en de Heilige Schrift zijn derhalve onderling nauw verbonden en hebben aan elkaar deel. Want beiden stromen voort uit dezelfde goddelijke oorsprong, vloeien als het ware ineen en zijn op hetzelfde doel gericht” (Dei Verbum,9).. De kerkelijke Overlevering verspreidt zich in de loop van de geschiedenis langs de Kerk die het Woord van God behoedt, vertolkt en gestalte geeft. De Catechismus van de Katholieke Kerk (cfr n. 113) verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Kerkvaders: “De Heilige Schrift werd eerst in het hart van de Kerk geschreven voordat het gebeurde op materiële middelen”, dat wil zeggen in de heilige tekst. In het spoor van de woorden van Christus, die hierboven werden geciteerd, stelt het Concilie “Deze van de apostelen stammende overlevering vordert in de Kerk onder bijstand van de Heilige Geest” (DV, 8). Dat gebeurt door middel van het volledige “begrip en de studie van de gelovigen”, door middel van de ervaring die ontstaat vanuit “een dieper verstaan van de geestelijke zaken” en vooral door de verkondiging van de opvolgers van de apostelen die “een zeker charisma van de waarheid” ontvangen hebben .Samenvattend, “Zo bestendigt de Kerk in haar leer, leven en eredienst, alles wat zijzelf is, alles wat zij gelooft en geeft dit door aan alle geslachten” (ibid.).
De Heilige Schrift groeit samen met hen die haar lezen
Heilige Gregorius de Grote
In dit kader is een uitspraak van de Heilige Gregorius de Grote bekend: “De Heilige Schrift groeit samen met hen die haar lezen” (1). De Heilige Augustinus had gezegd: “er is slechts één gedachtegang van God die zich in heel de Schrift doorzet en slechts één Woord is er dat uit de mond van de heiligen weerklinkt” (2). Het Woord van God is dus niet een versteende werkelijkheid, maar een levende, biologische realiteit die zich ontwikkelt en groeit in de Overlevering. Dank zij de Heilige Geest verstaat de Kerk de rijkdom van haar waarheid en geeft die gestalte in de vele krachtlijnen van de geschiedenis. In deze lijn is inspirerend wat de heilige Kerkleraar John Henry Newman opmerkte in zijn werk met de titel: De ontwikkeling van de christelijke leer. Hij stelt dat het christendom zowel als gemeenschapservaring dan als leer, een dynamische werkelijkheid is, op de wijze zoals door Jezus zelf aangegeven in de parabel van het zaad ( cfr Mc4,26-29): een levende werkelijkheid die zich ontwikkelt dank zij een innerlijke levenskracht. (3)
Pand
De apostel Paulus spoort zijn leerling en medewerker Timoteüs verschillende keren aan: “Timoteüs, bewaar wat u is toevertrouwd” en keer u af van het profaan en leeg geredeneer (1 Tim, 6,20: cfr 2 Tim 1,12.14). De dogmatische Constitutie Dei Verbum is de echo van deze tekst van Paulus waar zij zegt: “De heilige overlevering en de Heilige Schrift vormen één heilig aan de Kerk toevertrouwd pand” dat verklaard wordt door “het levend onderricht van de Kerk die haar gezag uitoefent in naam van Jezus Christus” (n . 10). “Pand” is een term die van oorsprong juridisch is en aan de bewaarder de plicht oplegt de inhoud te bewaren, wat in dit geval het geloof is om het ongeschonden door te geven. Het pand van Gods Woord ligt ook vandaag in de handen van de Kerk en wij allen, in de verschillende kerkelijke diensttaken, moeten volharden in het bewaren van zijn onschendbaarheid. Als een poolster op onze weg door de ingewikkeldheid van de geschiedenis en van het leven.
Tenslotte, geliefden, laten we nog eens luisteren naar Dei Verbum Waarin de verwevenheid van Heilige Schrift en Overlevering wordt beklemtoond: zij zijn – zo wordt gezegd - dermate verbonden, dat ze niet zelfstandig kunnen bestaan. Samen, elk op een eigen wijze, onder de werking van de H. Geest daadwerkelijk bijdragen tot de redding van de zielen (cfr n. 10).
(1) Homiliae in Ezechielem I, VII, 8: PL 76, 843D.°
(2) Enarrationes in Psalmos 103, IV, 1
(3) Cfr. J.H. Newman, Lo sviluppo della dotrina cristiana, Milano 2003, p. 104.ca
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc