Je wil je tuin opnieuw ontwerpen? Dit zijn de bouwstenen
Je tuin opnieuw ontwerpen begint met het gaandeweg leren kennen van de locatie. Wat daarbij allemaal een rol speelt, kwam in een vorig artikel aan bod.
Hier gaan we verder met de volgende stap: puzzelen met grotere tuinelementen, of groenvormen, binnen de mogelijkheden van de plek. Tegelijk is het verstandig om vooraf stil te staan bij de tijd die je aan onderhoud wil besteden en bij de impact op de biodiversiteit.
In dit artikel zetten we een aantal mogelijkheden op een rij. Niet als checklist die je allemaal moet afvinken, maar als een gereedschapskist waaruit je kiest wat past bij jouw plek, tijd en wensen.
Paden
Een tuin heeft paden nodig. Ze houden je schoenen proper en zorgen ervoor dat de bodem niet gecompacteerd raakt. Laat paden de natuurlijke looplijnen volgen.
- Tip: Kies voor een waterdoorlatende of half waterdoorlatende bedekking en fundering, zoals gras, stapstenen, houtsnippers of schelpen.
- Afmetingen: 60 cm voor een secundair pad voor één persoon met kruiwagen. Voor hoofdpaden reken je op 80-120 cm.
- Onderhoud: Wieden, bladvrij houden, kanten trimmen. Graspaden vragen regelmatig maaien. Halfverhardingen moeten af en toe bijgevuld worden.
Zithoeken en terrassen
Hoe minder verharding, hoe meer regenwater kan insijpelen in je tuin. Aan twee kleinere zithoeken heb je vaak meer dan aan één groot terras. Avondzon (westgericht) is vaak aangenaam. Tegen hete middagzon (zuidgericht) wil je je misschien liever beschermen met een grote boom of pergola.
- Tip: Laat de randen langs muren vrij als plantgat. Het regenwater kan er van het terras in de bodem lopen en je kan er (klim-)planten zetten. Anders groeit er toch maar onkruid in de onbelopen rand.
- Afmetingen: Reken op 1 meter loopruimte rond een tuintafel of -set.
- Onderhoud: In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, vraagt grijs (verharding) soms meer onderhoud dan groen: vegen, wieden, algenvrij maken.
Hagen en heggen
Hagen en heggen zijn prima als groene afscheiding. Hagen worden jaarlijks kortgeschoren, terwijl heggen breed mogen uitgroeien, bloeien en vrucht dragen. Hagen vormen strakke structuren. Heggen zijn ecologischer en ruimtelijk verzachtend.
- Tip: Als je er de ruimte voor hebt, plant dan liever een heg dan een haag en gebruik inheemse soorten. Een zegen voor vogels en bestuivers.
- Afmetingen: Haag: 0,5 tot 1 meter breed en tot 2 meter hoog. Heg: 1 tot 3 meter breed en tot 6 meter hoog. Hagen plant je (in Vlaanderen) op minstens 0,5 meter van de perceelsgrens, heggen op 2 meter. Je kan ook met de buren overeenkomen om op de perceelsgrens te planten.
- Onderhoud: Haag: 1 à 2 keer per jaar scheren. Heg: eenmaal de heg volwassen is (na 7 jaar) om de paar jaar selectief uitdunnen door enkele dikke takken tot op 10 cm van de grond af te zagen.
Meer weten: Haag versus heg: wat is het verschil en waarom heggen nog beter zijn dan hagen
Solitaire boom met beplante boomspiegel
Een solitaire, wat grotere boom zorgt voor schaduw en verkoeling tijdens hete zomers. Bomen helpen zo mee het hitte-eilandeffect in steden te milderen.
- Tip: De boomspiegel kan je het beste niet belopen. Bodemverdichting is funest voor de boomwortels. Plant onder bomen bodembedekkende vaste planten, zoals bosanemoon, daslook of kleine maagdenpalm. Voer het herfstblad niet af, maar gebruik het om te mulchen of te composteren.
- Afmetingen: Een volwassen middelgrote boom, zoals een hoogstamfruitboom, heeft ongeveer 4 à 6 meter ruimte rondom nodig. Een kleine boom (tot 6 meter) heeft 2 à 3 meter aan elke kant nodig.
- Onderhoud: Blad van gazon, paden en terrassen verwijderen. Fruitbomen hebben vaak iets van snoei nodig.
Meer weten: Welke boom kiezen voor je tuin? Wanneer en hoe plant je een boom?
Bosje
Verrassend genoeg zijn bosjes de meest onderhoudsvriendelijke groenvorm in de tuin. Ze leveren ook een grote bijdrage aan de biodiversiteit. Afhankelijk van inrichting en boomsoorten kan een bosje verschillende functies vervullen, zoals een wandelbosje, zitbosje, speelbosje, vogelbosje of voedselbosje. Wie maar één groenvorm zou kiezen voor een tuin vol leven, zou aan een bosje moeten denken.
- Tip: Aarzel niet om de planten dicht bij elkaar te planten: 1 tot 2 planten per m2. Zet telkens 3 tot 7 planten van dezelfde soort bij elkaar zodat de sterk groeiende soorten de trager groeiende niet overheersen.
- Afmetingen: Reken op minstens 10 m2 (hoe meer hoe beter). Hou 2 meter afstand van de perceelsgrenzen.
- Onderhoud: Minst van alle groenvormen. Om de 10 jaar gespreid afzetten. Hou het snoeiafval in eigen tuin, bijvoorbeeld in een takkenril.
Meer weten: Nu plannen, straks planten: hagen, heggen en bomen voor een tuin vol leven
Plantenborder
Een plekje met verschillende soorten meerjarige, bloeiende planten. Tijdelijk kale bodem tussen de planten kan je het beste afdekken met mulch. Een border hoeft niet langs de rand van je tuin te liggen, maar kan ook prima als eiland in het gazon.
- Tip: Vaste planten zijn vrij duur in de aankoop. Leer je eigen planten vermeerderen en ruil planten met andere mensen. Kies ook voor inheemse bloeiende planten waar onze vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen van leven.
- Afmetingen: Kan elke afmeting hebben. Op zonnige standplaatsen kies je voor zonminnende en droogteresistente soorten. Voor de schaduw is er een ruime keuze aan schuduwminnende planten.
- Onderhoud: Wieden van grassen en ongewenste kruiden. Planten delen en gaten vullen met nieuwe planten. Gedroogde stengels verwijderen in de vroege lente. Randen aan het gazon trimmen. Plant grotere groepen van dezelfde soort voor minder onderhoud en visuele rust.
Bloemenweide
In een bloemenweide of bloemrijk grasland groeien zowel grassen als bloeiende, inheemse planten. Deze groenvorm is een biodivers, goedkoop en onderhoudsvriendelijk alternatief voor kortgemaaid gazon. Een mooie bloemenweide realiseren is niet overal even eenvoudig.
- Tip: Hoe voedselarmer de grond, hoe bloemrijker de bloemenweide wordt. Is de grond recent nog bemest, dan zal het langer duren voor je een mooi resultaat krijgt. Op zandgrond heb je sneller resultaat. Maai er een paadje door.
- Afmetingen: Kan op 1 m2, maar grotere bloemenweides zijn mooier. Kies een zonnige locatie met 6 uur zon per dag in de zomer.
- Onderhoud: 1 tot 3 keer per jaar maaien met een zeis of bosmaaier en het maaisel afvoeren.
Meer weten: Bloemenweide | Tuinrangers
Vijvertje
Met een kleine waterpartij trek je niet alleen libellen en amfibieën naar de tuin, maar geef je ook vogels, insecten en zoogdieren een drinkplek. Van alle groenvormen trekt een vijver misschien wel de meeste nieuwe soorten naar je tuin. Zeker doen.
- Tip: Wil je weinig onderhoud en kosten en veel leven in de vijver? Zorg dan voor veel waterplanten en hou liever geen vissen. Want die bemesten het water te veel en eten de larven van libellen en salamanders.
- Afmetingen: Zelfs een halve ton of zinken bak met enkele waterplanten is een meerwaarde. Voorgevormde plastic vijvers heb je al vanaf 1 m2 en 35 cm diep. Kies een standplaats in volle zon op een afstand van struiken of bomen. Je wil zo weinig mogelijk bladeren in de vijver.
- Onderhoud: Zorg in de herfst (september-oktober) voor open water door overtollige waterplanten en slib weg te halen. Laat de geruimde waterplanten enkele dagen op de kant liggen voor je ze weghaalt. Dan geef je diertjes de kans om terug naar de vijver te vluchten.
Meer weten: Water in de tuin | Tuinrangers
Groene muur
Groene muren zijn niet alleen mooi om naar te kijken. Ze zorgen ook voor verkoeling in de zomer en isolatie in de winter. Inheemse soorten als klimop zijn erg waardevol voor de biodiversiteit.
Verschillende types klimplanten hebben een verschillende klimhulp nodig:
- zelfhechters: geen klimsteun nodig,
- winders: verticale draad,
- rankers: raster,
- enteraars (met stekels): horizontale draden of raster.
Behalve aan klimplanten, kan je ook denken aan leibomen of een rijtje zuilbomen.
- Tip: Plant in volle grond als je kan, niet in bakken. Dat is ecologisch de beste keuze en je zal beduidend minder (zelfs niet) moeten gieten.
- Afmetingen: Leibomen hoger dan 2 meter moet je op minimaal 2 meter van de perceelsgrens planten. Hou bij klimplanten rekening met de groeisterkte en de hoogte van de muur. Tegen een muurtje van 2 meter wil je liever geen snelgroeiende Duitse pijp (Aristolochia macrophylla) van 9 meter hoog planten.
- Onderhoud: Snoeien. Weghouden van dakgoten, regenpijpen en spouwgaten. Blad ruimen.
Meer weten: Tuinieren op niveau: hoe een groene muur of verticale tuin maken
Kort gazon en open ruimte
Een open plek zorgt voor licht, ademruimte en speelruimte in de tuin.
Kort gemaaid gazon heeft ecologisch weinig waarde, is weinig klimaatrobuust (weinig waterdoorlatend en weinig bestand tegen droogte) en vraagt veel onderhoud. Open ruimte kan je ook creëren met bodembedekkers of een bloemenweide.
- Tip: Kort gazon groeit alleen goed op een zonnige plek. In de schaduw kies je beter voor schaduwminnende bodembedekkers zoals kleine maagdenpalm, daslook, bosanemoon of hondsdraf.
- Afmetingen: Beperk het gazon tot wat je echt gebruikt en vervang het voor de rest door bodembedekkers, borders, een bosje of een bloemenweide.
- Onderhoud: Kort gazon vraagt veel onderhoud: wekelijks maaien en het maaisel afvoeren, jaarlijks bemesten (5 liter fijne compost per m2), eventueel jaarlijks verticuteren, bladeren harken in de herfst, randen trimmen of afsteken.
Meer weten: Van gazon naar biodiverse tuin zonder spuiten en spitten
Composteerhoekje
Door te composteren en te mulchen moet je geen groenafval meer afvoeren naar het containerpark en maak je van je tuin een echte kringlooptuin.
Voor kleine tot middelgrote tuinen (400 m2) begin je het beste met een compostvat. Kies geen te klein formaat.
- Tip: Voor een goede compostering, moet je één principe onthouden: je hebt een evenwicht en afwisseling nodig van groen (nat) en bruin (droog) materiaal. Meer weten: Stappenplan om zelf te leren composteren | Velt
- Afmetingen: Plaats het compostvat in de schaduw. Voorzie voldoende ruimte (4 m2) zodat je gemakkelijk het vat kan legen en bruin tuinafval (herfstblad, snoeisnippers) kan opslaan voor later gebruik en afwisseling met groen materiaal.
- Onderhoud: Regelmatig beluchten met een beluchtingsstok, begieten als het mengsel te droog wordt, in de winter het volle vat legen: rijpe compost verdelen in de tuin en het onverteerde materiaal weer in het vat doen.
Composteren als een pro doe je met deze brochure: Thuiscomposteren in de kringlooptuin | VLACO (pdf)
Berging
Elke tuin heeft een berging nodig voor klein en groter gereedschap.
- Tip: Maximaliseer de nuttige ruimte door de hoogte te benutten met wandrekken en hangsystemen.
- Afmetingen: Minimaal 4 m2. Wil je een nieuw tuinhuis zetten, hou dan rekening met de regels voor bijgebouwen.
- Onderhoud: Regelmatig opruimen.
Kruidentuin
Een kruidentuin brengt geur, smaak en leven in huis. Vaste kruidenplanten komen elk jaar terug: salie, oregano, rozemarijn, tijm, bieslook, munt, laurier, citroenmelisse. Eenjarige en tweejarige soorten moet je elk jaar opnieuw zaaien: peterselie, basilicum, koriander, dille.
- Tip: Plaats de kruidentuin zo dicht mogelijk bij de keuken. Als het regent, wil je echt niet naar achter in de tuin lopen voor een blaadje salie.
- Afmetingen: Kan zelfs in enkele bakken. Enkele vierkante meters in volle grond is nog beter. Kies een standplaats in volle zon.
- Onderhoud: Intensief, maar door de beperkte oppervlakte valt het meestal wel mee: zaaien, planten, oogsten, wieden, snoeien, gieten, bemesten (compost), mulchen.
Moestuin
Eten uit eigen tuin vergroot je betrokkenheid bij de natuur en de seizoenen. Veel mensen denken dan meteen aan een moestuin. Toch is een moestuin niet voor iedereen haalbaar, door onvoldoende tijd, ruimte of kennis. Alternatieven zijn dan vaste eetbare planten in de border of fruitbomen en -struiken.
- Tip: Informeer je over de regels van de kunst voor elke groente, anders loopt het uit op een teleurstelling. Begin met de gemakkelijkste: courgette, pompoen, sla, snijbiet, spinazie, radijzen. Pas wisselteelt (gewasrotatie) toe. Verhoogde bakken drogen sneller uit en moet je vaker gieten.
- Afmetingen: De meeste groenten groeien maar goed in volle zon (minstens 6 uur zon per dag in de zomer). Maak bedden van 120 cm breed met een paadje van minstens 30 cm aan weerskanten (60 cm voor meer comfort). Je moet overal goed aankunnen. Voor een volwaardige moestuin met wisselteelt, heb je 6 bedden nodig.
- Onderhoud: Heel intensief: in de lente en zomer dagelijks ongeveer een uur voor een kleine moestuin. Bemesten (compost), zaaien, verspenen, planten, mulchen, wieden, oogsten, gieten, plagen bestrijden, opbinden, afdekken.
Meer weten: Starten met een moestuin | Velt
Dit zijn de meest voorkomende groenvormen in de gemiddelde Vlaamse tuin. Zie ze als het basispalet dat je naar smaak kan aanvullen met extra elementen zoals een solitaire struik, boomgaard, kippenren, knotboom of knotbomenrij, mos- en varentuin, pergola of plantenboog, wilgentunnel, rotstuin, wadi, vakkentuin, serre, fontein, muurtje of tuinornamenten. Laat het puzzelen beginnen.