Meegemaakt: ‘Licht dat verbindt’, een ontmoetingsmoment rond Lichtmis voor godsdienstleerkrachten
WAT: Licht dat verbindt, een ontmoetingsmoment rond Lichtmis voor godsdienstleerkrachten
WANNEER: vrijdag 6 februari 2026
WAAR: Campus WICO in Pelt
WIE: Communicatienetwerk van en voor leerkrachten godsdienst in Limburg
HOEVEEL: 40 leerkrachten
DUUR: van 17.30 tot 20.30 uur
VOOR OTHEO TER PLAATSE: journalist Philippe Ghysens
Vooraf
Moet je sandalen dragen en een lange baard hebben om les over Jezus te mogen geven? Ik zie mijn kans schoon om antwoorden te vinden. In Limburg doen godsdienstleerkrachten immers aan een eigen vorm van teambuilding: samen gaan wandelen, of creatief zijn met verf en kwast. Deze keer zien ze elkaar op een ontmoetingsavond. En omdat het Lichtmis is, komen er ook pannenkoeken op het bord.
Wat ik meemaak
Wat doen leerkrachten op een vrijdagavond? Op adem komen na een drukke lesweek, zou je denken. Even met het gezin terugblikken op de voorbije dagen. Vroeg naar bed. Een etentje, gaan bowlen. Niets van dat alles voor de lesgevers godsdienst: zij gaan deze vrijdagavond terug naar school, en meer bepaald de campus Wico in Pelt. Van een hele week school naar nog een avond school. Als dat geen beroepsliefde is.
Ze hebben zich met veel enthousiasme ingeschreven voor het event. Aan de ingang staat Steven Capellen, een van de organisatoren, de deelnemers op te wachten. Steven is inspecteur-begeleider Rooms-Katholieke Godsdienst Secundair Onderwijs. Hij legt mij uit wat de bedoeling van de avond is. ‘We willen verbindend samenkomen: elkaar ontmoeten, in gesprek gaan en bezinnen over het vak. Vorig jaar hadden we een wandeling in Borgloon. Deze keer houden we een creatief moment rond Lichtmis’.
Het is vooral een bemoedigende bijeenkomst. We moeten niet zitten kniezen over wat ons nu overkomt.
Steven Capellen
Klinkt als teambuilding, werp ik op. ‘Ja, zo zou je het kunnen noemen’, bevestigt Steven. ‘Het gaat om het dichter bij elkaar brengen van godsdienstleerkrachten die op verschillende scholen staan, met dezelfde toestanden te maken krijgen en elkaar kunnen versterken en inspireren door met elkaar te praten. Het vak is de voorbije week in het nieuws geweest. Er is dus gespreksstof genoeg. Maar het is vooral een bemoedigende bijeenkomst. We moeten niet zitten kniezen over wat ons nu overkomt’.
De deelnemers druppelen binnen en vinden elkaar in de leraarskamer. Steven spreekt een welkomstwoord en kondigt het programma van de avond aan. Godsdienst is het ‘schoonste vak in heel het curriculum’, zegt hij, en geen van de aanwezigen spreekt hem tegen. Met veertig zijn ze uiteindelijk en het vrouwelijke geslacht is duidelijk in de meerderheid, met zowat 30 tegen 10. Dat is geen specifieke verhouding voor godsdienst, hoor ik. ‘Het is een doorsnee lerarenkamer in het secundair onderwijs.’
Lichtmis is de rode draad doorheen de avond, zoveel wordt al snel duidelijk als voor later op de avond pannenkoeken aangekondigd worden. Maar eerst moet er gepresteerd worden. De hele groep verhuist van de leraarskamer naar de eetzaal, waar op de tafels werkgerief klaarligt. Het wordt iets met verf. Kunstenaar Koen Lemmens heeft een bijzondere creatieve opdracht bedacht voor de leerkrachten die nu zelf leerling zijn. En die zich ook zo gedragen, want het duurt even voor Koen zijn publiek stil heeft. ‘We gaan tegenover elkaar zitten en proberen een abstract icoon te maken’, zegt de leraar kunst. Geel, blauw en rood zijn de verfkleuren waarmee geëxperimenteerd mag worden. ‘En de oorstokjes dienen niet om oren uit te kuisen’, grapt de lesgever nog. Om te besluiten met: ‘Uw tijd gaat nu in. Ik ben hier om u te helpen.’
Zo enthousiast als hun leerlingen in de klas, zo vliegen de leerkrachten in de verf. De eetzaal verandert in een soort Bake Off Vlaanderen, met leer- en nieuwsgierige kunstenaars in de plaats van bakkers, en Koen Lemmens als chef die de deelnemers bij het handje pakt of een pedagogisch verantwoorde tik in de juiste richting geeft. Ik bekijk een van de werkjes en vraag uitleg. ‘Een lichtstraal met slagschaduw’, zegt de creatieveling, ‘of wat je er zelf in wilt zien’.
Ik vraag Koen wat de oorspronkelijke betekenis is van icoon, niet die moderne zoals in de zin: ‘Lionel Messi is een icoon.’ Koen legt uit: ‘Een icoon is een venster op het absolute. Het woord komt van Veronica, de vrouw die Jezus Christus een doek aanbood om het zweet en bloed van zijn gezicht te vegen. Als je de naam splitst, krijg je Vera-icon, oftewel de ware afbeelding.’ Zo scherpt een mens op een vrijdagavond zijn kennis van godsdienst aan.
Een half uurtje zijn de leerkrachten met verf en kwast in de weer. Verbazingwekkend hoe weinig tijd het vraagt om kleine kunstwerkjes te creëren. ‘Zet het icoon op de ezel als je klaar bent, dan krijg je er een ander beeld van’, zegt ‘chef’ Koen. De kleuren spatten van het canvas. Donkere tinten zijn zeldzaam, heldere kleuren overheersen. Het kruisteken duikt vaak op. Terwijl de verf kan drogen, verhuist de groep terug naar de eetzaal. Want daar wacht de beloning voor de creatieve inzet. Hoge stapels zelfgebakken pannenkoeken, warme chocomelk en koffie verwelkomen de leerkrachten.
Het woord icoon komt van Veronica. Als je de naam splitst, krijg je Vera-icon, oftewel ‘de ware afbeelding’.
Koen Lemmens
Na het eten volgt er voer voor de hersenen. Bisschoppelijk gedelegeerde Francis Loyens deelt zijn enthousiasme over de avond. ‘Welke vakgroep krijgt het klaar om op een vrijdagavond op dit gebenedijd uur met zo velen in vriendschap samen te komen? En dan worden we nog ingeleid in de kunsten.’
Om dan het actuele onderwerp aan te snijden. ‘Voor ons is het belangrijkste dat die twee uur levensbeschouwelijk onderwijs gevrijwaard zijn. Dat hadden we bij de regeringsverklaring niet durven hopen. De problemen zijn niet opgelost, dat weten jullie. Zeker de collega’s uit het officieel onderwijs zullen met onzekerheid zitten. Maar hun bekommernissen worden zeker meegenomen.’
De leerkrachten aan mijn tafel luisteren met veel aandacht naar de woorden van de afgevaardigde. Ze delen hun bezorgdheden over de toekomst van hun vak, dat vooral in het officiële onderwijs onder druk staat. ‘Ik kan nog altijd geschiedenis gaan geven’, zegt er eentje met een kwinkslag. Maar de boventoon van de gesprekken is positief. Leerlingen stellen nog altijd moeilijke vragen – hoe kan Maria nu maagd zijn, is nog steeds een top 10-vraag. Gelukkig bestaan er voor de leerkrachten boeken met antwoorden op de moeilijkste vragen in de godsdienstles. De anekdotes uit het klasleven zijn eerder vrolijk dan somber. Een leerkracht vertelt over een leerling die met een T-shirt met het opschrift HELL naar de les kwam. ‘Ik heb hem daar op aangesproken’, zegt de lerares.
Het is intussen acht uur voorbij. Thuis kijken de mensen naar Thuis, hier wandelen de godsdienstleerkrachten naar de neogotische kapel van de school, een magistrale bidplaats met schitterende gasramen. Een overweldigende omgeving die tot stilte en gebed uitnodigt. Hier wordt de avond afgesloten met een bezinnend moment. Bart Pluymers,de jongste priester van het land die zelf ook al deelnam aan de workshop, leidt het bezinningsmoment in. De sfeer is gemoedelijk in de kerk. Er is ook een moment voor een grap en een lach. En er is muziek: het mooie liefdesliedje Good Day Sunshine van the Beatles.
De iconen staan opgesteld voor het altaar, alsof ze wachten op een beoordeling door een vakjury. Maar dit is geen Bake Off met verf. Dit is een avond van licht en hoop. Priester Bart wijdt de iconen en omhult ze met wierook. Het slotwoord volgt. Elke aanwezige krijgt een kaarsje dat wordt aangestoken, ‘om het licht mee naar huis te nemen’.
Tot slot
Ik trek de conclusie: onder godsdienstleerkrachten is vriendschap geen illusie. Hun vak ligt misschien onder vuur, hun enthousiasme en liefde voor het lesgeven blijven binnenin branden. En neen, sandalen dragen ze niet en de baarden zijn piekfijn getrimd.

