‘Het beste medicijn tegen somberheid’ — dit schrijven ‘De 12’ deze week
De 12’ vormen samen het lezerspanel van Kerk & Leven. In een beurtrol verzorgen ze elke week vier kleine rubrieken: een column, het antwoord op drie doordenkers, een foto die ze onlangs op Otheo zagen en die hen inspireerde en een citaat dat hen dierbaar is.
Het beste medicijn tegen somberheid — column Romy Kersten
Iedereen voelt zich wel eens somber zonder een duidelijke reden. Dat overkwam mij een aantal dagen geleden. Alles in mijn leven verloopt vlot: mijn studie, familie, vrienden, werk, sport, geloof, ik ben tevreden. Toch ervaarde ik een leegte. Wandelend naar mijn parochiekerk voor de woensdagavondmis viel mijn oog op een dakloos stel dat in vuilnisbakken zocht naar statiegeldflesjes. Meteen kwam er een gebed in mij op: ‘Heer, ik hoop dat ze geholpen mogen worden’.
Ik praat vaker met dak- en thuislozen, maar door mijn eigen somberheid had ik er niet aan gedacht hen te helpen. Plots draaiden ze zich om en spraken mij aan met de vraag of ik misschien geld had voor hun nacht-opvang. Er ontstond een goed gesprek en het viel mij op dat de man een rozenkrans om zijn nek droeg. Toen ik hem een compliment hierover gaf, vertelde hij dat die veel voor hem betekende: hij is al enkele jaren gelovig en had de rozenkrans gekregen van een straatpastor. Ook zijn vriendin is gelovig, maar haar paternoster was helaas stuk. Gelukkig had ik een extra souvenir bij van mijn reis naar Lisieux een week eerder en zo kon ik haar een nieuwe geven. Het gesprek ging verder, over hun Kerk en waar mijn kruisketting vandaan kwam, tot ik de kerkklokken hoorde luiden en ik wist dat ik verder moest naar de misviering. Ik kon hen zegenen met voldoende geld voor een goede slaapplaats voor de nacht en kreeg er twee uitgebreide knuffels en hun gebed voor terug.
Terwijl ik met een enorme grijns op mijn gezicht bij de kerk arriveerde, besefte ik dat het beste medicijn tegen somberheid is: iets doen voor een ander.
Doordenkers: Mats De Cubber beantwoordt 3 vragen
Wat hadden je ouders beter kunnen doen?
‘Niets. Mijn opvoeding heeft meer dan de basis gelegd voor wie ik vandaag ben. Wij (en ik spreek dan ook voor mijn twee broers) hebben altijd de vrijheid gekregen om te doen wat we graag doen. Dat zorgde ervoor dat er bij ons thuis een sfeer ontstond van rust en steun. Pilaren met een dak boven ons hoofd, waar jezelf zijn meer dan genoeg is. Dat gevoel is er nog altijd. Mocht één van ons drie morgen beslissen om een carrièreswitch te maken, dan zouden zij de eersten zijn om ons daarin aan te moedigen. Zo kunnen en mogen wij in alle rust groeien.’
Hoe smaakt geloof?
‘Waarom geloof ik? Ik kan niet zonder. Ik kan het geloof vervloeken en in vraag stellen, maar ik kan het niet loslaten. Het is er altijd geweest en het zal er altijd zijn. De onvoorwaardelijkheid die uit het geloof spreekt, is wat mij elke dag opnieuw doet geloven. Het is een onuitputtelijke relatie. Geloof smaakt naar liefde. En die passie kruidt alles wat je doet of zegt.’
Wat is de mooiste menselijke eigenschap?
‘Geduld. In een wereld waarin iedereen elkaar lijkt voorbij te lopen, zijn we soms vergeten wat stilstaan betekent. Het staat voor mij naast het woord ‘hoop’. Hopen dat de zon ook morgen weer zal verschijnen. Hoe weten we dat? Door te wachten, door geduld te hebben. Geduld staat niet voor niets doen, maar voor het vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt. Geduld hebben geeft vertrouwen en hoop dat de zon ons ook morgen weer zal wakker maken.’
Alexander Vandaele kiest een foto die hem bijbleef
Ninove zou Ninove niet zijn zonder het Susterhuys! Dat kon je ervaren op 1 mei. Terwijl allerhande festiviteiten plaatsvonden, was onze grote abdijkerk te klein door onze ‘Zusters van de Heilige Harten van Jezus en Maria’. Zij vierden op 1 mei 2026 namelijk hun 190-jarig jubileum.
Op 1 mei 1836 begon Virginie Tibbaut in Ninove een schooltje, het begin van een rijke geschiedenis van inzet in onderwijs en zorg. Tijdens de jubelviering werd dankbaar terug-geblikt op de generaties zusters die zich belangeloos hebben ingezet voor kinderen, zieken en ouderen. Tegelijkertijd klonk vertrouwen in de toekomst, waarin hun ‘vuur’ verder leeft via vele medewerkers in onderwijs- en zorginstellingen. Gedragen door hun leuze Geworteld en gegrondvest in de Liefde blijven zij verbonden met de Ninovieters (lokaal: ‘wettels’).
Geworteld, tot en met!
Een pelgrim die een stap terugzet om een andere pelgrim te helpen, zet honderd stappen vooruit
Dirk Aerts over dit citaat
Wie een stap terugzet, doet dat omdat hij ertoe gedwongen wordt of omdat hij er voordeel uit denkt te halen: een stap terugdoen om een sprong voorwaarts te maken. In dat geval is het een stap terug uit berekening. Dat geldt nog veel meer voor wie op pelgrimstocht is. Je gaat niet nodeloos omlopen. Een pelgrimsvriend vertelde me hoe hij in de problemen kwam en hoe een medepelgrim zich over hem ontfermde en een dag lang bij hem bleef tot hij weer beter werd. Toen hij vroeg waarom hij dat deed, antwoordde hij: ‘Een pelgrim laat zijn medepelgrim niet in de steek. Door bij jou te blijven heb ik honderd stappen vooruitgezet.’ De medepelgrim had zijn tocht niet onderbroken uit eigenbelang, maar om zijn vriend te helpen. Toch schonk die daad hem een veel grotere voldoening. Zijn uitspraak trof me, want ze had zo uit de Bergrede van Jezus kunnen komen: ‘Zalig de pelgrim die zijn medepelgrim niet in de steek laat!’