Niet alleen de ziekte maakt haar bang, ook het idee haar kinderen te belasten — Ine Pauwels [column]
‘Excuseer’, zeg ik. ‘Ik ben Ine. Mag ik binnenkomen?’
Mevrouw Caris staat met haar gezicht naar het raam en staart onbeweeglijk naar buiten. Net zoals de logistiek medewerker me al verteld had.
‘Ik wil uit het raam springen.’
Ik slik.
‘Ik heb gehoord dat u slecht nieuws hebt gekregen. Zou u misschien toch even willen gaan zitten?’
Ze gaat terug op bed zitten. Ik neem een stoel.
‘Kan u mij vertellen wat er nu door u heen gaat?’
Ze begint te vertellen. Over de oncoloog die die ochtend slecht nieuws bracht.
‘De dokter heeft gevraagd om deze namiddag een gesprek te hebben met de mensen die voor mij belangrijk zijn. Maar dat gaat toch helemaal niet. Hoe kan ik dat mijn kinderen aandoen? Mijn zoon trouwt deze zomer… Ik wil geen enkele behandeling. Nee, ik heb dat al gezien bij andere mensen. Dat is veel te zwaar. Ik ben maar een frêle vrouw. Ik heb een beer van een man gekend met kanker. Een paar keer chemo en die mens paste in een stekkedozeke. Nee, nee, dat doen ze niet met mij.’
‘Ik begrijp dat u bang bent’, zeg ik. ‘Maar misschien is het goed om straks eerst te luisteren naar wat de dokter te vertellen heeft, welke mogelijkheden er zijn. Het is heel normaal dat u zich vergelijkt met die man die u hebt gekend. Maar elke mens is anders. Elke mens reageert anders op ziek zijn en op een behandeling.’
Wat gewaagd voeg ik eraan toe: ‘En ik zou zeker niet durven zeggen dat alle vrouwen frêle zijn. Er is een reden waarom wij kinderen op de wereld zetten. Toch?’
Ze glimlacht.
Op dat moment rinkelt haar gsm. Ze duwt meteen af.
‘Het is al de vierde keer dat mijn dochter belt.’
Langzaam wordt duidelijk hoeveel schuldgevoel er onder haar angst zit.
‘Zou het kunnen dat uw dochter aanvoelt dat er iets is? Zou ze intussen niet al weten dat het slecht nieuws is, omdat u de telefoon telkens afduwt? Of doet u dat anders ook?’
‘Nee, nooit.’
Ze vertelt over de band met haar dochter. Een warme band, vol betrokkenheid.
Lees ook
Langzaam wordt duidelijk hoeveel schuldgevoel er onder haar angst zit. Niet alleen de ziekte maakt haar bang. Ook het idee dat ze haar kinderen zal belasten.
‘Ik denk eigenlijk dat u uw gezin nu heel erg nodig gaat hebben’, zeg ik. ‘Hoe verdrietig het ook is om hen te vertellen dat u ernstig ziek bent. Zodat jullie er ook voor elkaar kunnen zijn. Zodat u hen kunt troosten, en zij u.’
Wanneer haar gsm opnieuw rinkelt, neemt ze op. Ik verlaat de kamer.
Na een bezoek aan een andere patiënt keer ik terug.
‘Het was oké’, zegt ze. ‘We hebben goed kunnen praten. Mijn dochter schrok, maar bleef rustig. Ze komt naar hier. Ze wil erbij zijn tijdens het gesprek met de dokter. Ze gaat mijn man en mijn zoon bellen zodat ze samen kunnen rijden.’
We praten nog een hele tijd verder.
Dan kijkt ze plots naar het raam.
‘Ziet ge dat raam? En hoe hoog die vensterbank is? Ik zou daar van zijn leven niet uit geraakt zijn!’
We kijken elkaar aan.
En dan schieten we allebei in de lach.
• Ine Pauwels is spiritueel zorgverlener – Dienst Pastorale zorg en Zingeving – ZOL Genk. Ze maakt ook deel uit van De 12, het lezerspanel van Kerk & Leven.Deze bijdrage verscheen eerder op website van Elisabeth, pastorale zorg.





