Commentaar Bijbellezing 09/08: ‘Drie rode draden, drie vragen’- Nikolaas Sintobin
Evangelie: Matteüs 14, 22-33 — ‘Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?’
Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds een heel eind uit de kust verwijderd en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. Tegen de morgen kwam Jezus te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: ‘Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.’ ‘Heer, - antwoordde Petrus - als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’ Waarop Jezus sprak: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: ‘Heer, red mij!’ Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: ‘Kleingelovige, waarom hebt ge getwijfeld?’ Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: ‘Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.’
Commentaar Nikolaas Sintobin: ‘Drie rode draden, drie vragen’
Deze evangelielezing vertelt over een heftige ervaring van de leerlingen. Er is onweer met tegenwind en Jezus is er niet. Die stoere vissers voelen zich in de steek gelaten. Dan zijn we getuige van een onwaarschijnlijk verhaal. Wat gebeurt er precies?
Het is Jezus die de leerlingen vraagt het meer over te varen. Hij is het ook die beslist zijn vrienden te hulp te komen wanneer ze in nood verkeren. Geen moeite is Hem te veel. Hij stapt over het water naar hen toe. De leerlingen herkennen Hem echter niet. Ze zijn verblind door hun angst. Opnieuw neemt Jezus het voortouw. ‘Wees gerust, Ik ben het. Vrees niet’, zegt Hij.
Petrus herkent Jezus als eerste, zij het al twijfelend. Meteen stelt Petrus een bijzondere vraag aan Jezus. Of hij naar Hem toe mag lopen over het water? De tekst legt niet uit waarom Petrus zoiets geks vraagt. Blijkbaar wil Petrus niet alleen zo snel mogelijk bij Jezus zijn. Hij wil ook exact doen zoals Hij. Jezus gaat in op dat verlangen en vraagt Petrus naar Hem toe te komen. Dit betekent dat Petrus de boot moet achterlaten, de enige zekerheid die hem rest. Het lopen over het water lukt. Althans in het begin. Want algauw begint Petrus te twijfelen en te zinken. Zijn angst belet Hem echter niet om nog steeds zijn hoop te stellen in Jezus. Hij vraagt Hem om hulp. Meteen reikt Jezus zijn vriend de hand. Beiden kunnen weer in de boot stappen en de storm gaat liggen.
Er zitten drie rode draden geweven doorheen dit subtiele verhaal.
- Het initiatief komt steeds van Jezus. Hij gaat naar zijn vrienden toe. Het is Jezus die de helpende hand uitreikt.
- De verdienste van Petrus is dat hij die hand aanneemt en zich aan Jezus toevertrouwt. Met vallen en opstaan. Feit is dat hij telkens opnieuw zijn vertrouwen geeft aan de Heer.
- Doordat Petrus zich niet laat overmannen door zijn angst en zich letterlijk in Jezus’ armen werpt, wordt het onmogelijke mogelijk. Een nachtmerrie verandert in een verhaal van persoonlijke geloofsgroei.
Deze drie rode draden stellen meteen ook drie vragen.
- Geloof je in Jezus als in iemand die zélf naar jou toekomt, ook als je Hem niet verwacht en alle hoop hebt opgegeven?
- Ben je bereid, zoals Petrus, je aan de Heer toe te vertrouwen? Als het je voor de wind gaat én als het stormt?
- Durf je de geloofsstrijd aan? Ook als het spannend wordt en je op je grenzen botst?
Wat is jouw antwoord op die vragen?
Nikolaas Sintobin is jezuïet. Hij is internetpastor en schrijver.
