Commentaar Bijbellezing 08/03: Drinken aan de bron: water en levend water - Saskia Van den Kieboom
Evangelie: Johannes 4, 5-15.19b-26.39a.40-42— ‘Geef Mij te drinken’
In die tijd kwam Jezus in een stad van Samaria, Sichar genaamd, dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven. Daar bevond zich de bron van Jakob en vermoeid van de tocht, ging Jezus zo maar bij deze bron zitten. Het was rond het middaguur. Toen een vrouw uit Samaria water kwam putten, zei Jezus tot haar: ‘Geef Mij te drinken.’ De leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om levensmiddelen te kopen. De Samaritaanse zei tot Hem: Hoe kunt Gij als jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’- Joden namelijk onderhouden geen betrekkingen met de Samaritanen - Jezus gaf ten antwoord: ‘Als ge enig begrip hadt van de gave Gods en als ge wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven.’ Daarop zei de vrouw tot Hem: ‘Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep: waar haalt Gij dan dat levend water vandaan? Zijt Ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er met zijn zonen en zijn vee uit dronk?’ Jezus antwoordde haar: ‘Iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven.’ Hierop zei de vrouw tot Hem: ‘Heer, geef mij van dat water, zodat ik geen dorst meer krijg en hier niet meer moet komen om te putten. Ik zie dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen aanbaden op die berg daar, en gij, joden, zegt dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet.’ ‘Geloof Mij, vrouw, - zei Jezus haar, - er komt een uur dat gij noch op die berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de joden komt. Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’ De vrouw zei Hem: ‘Ik weet dat de Messias - dat wil zeggen: de Gezalfde - komt, en wanneer die komt, zal Hij ons alles verkondigen.’ Jezus zei tot haar: ‘Dat ben Ik, die met u spreek.’ Vele Samaritanen uit de stad geloofden in Hem. Toen dus de Samaritanen bij Hem gekomen waren, verzochten zij Hem bij hen te blijven. Hij bleef er dan ook twee dagen en door zijn woord kwamen er nog veel meer tot het geloof. Tot de vrouw zeiden ze: ‘Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt, want wij hebben Hem zelf gehoord en wij weten, dat deze werkelijk de redder van de wereld is.’
Commentaar Saskia Van den Kieboom: ‘Drinken aan de bron: water en levend water’
Jezus was moe en hij had dorst. Hij had een eind gelopen. Misschien had hij de afstand wat onderschat. Water. Bij de bron bleek hij niet alleen. Er was ook een vrouw. Een Samaritaanse vrouw. Joden en Samaritanen leefden niet echt in vriendschap samen. De Samaritaanse vrouw was dan ook zeer verwonderd over het feit dat Jezus tegen haar sprak. Had Jezus dan zoveel dorst, dat hij zelfs een Samaritaanse vrouw deed aanspreken? Nee. Jezus kon namelijk prima voor zichzelf zorgen. Hij zat bij de waterput en had dat water evengoed zelf kunnen nemen. Jezus wilde echter met de vrouw in gesprek raken. Niet omdat hij dorst had, maar zij! Jezus zijn lichaam had dorst dat tijdelijk gestild kon worden met water, maar bij de Samaritaanse vrouw merkte Jezus dorst op die geen water nodig had, maar hemzelf: zijn zorg, zijn liefde, zijn spirituele aanwezigheid. De Samaritaanse vrouw nam hem aan en ontdekte inderdaad dat Hij als levend water was, levend water wat werkelijk dorstlessend is. Ze hield deze rijkdom niet voor zichzelf, maar getuigde erover, omdat de vrouw opmerkte dat niet alleen zij dorst had, maar zoveel mensen om haar heen ook.De vrouw had het misschien voor zich kunnen houden, niet kunnen delen, maar het was juist ook in haar eigen belang om wel te delen. Een volk dat dorst heeft, daar is niet veel mee aan te vangen. Dat lezen we immers in het boek Exodus, waar Mozes met het volk door de woestijn gaat, op zoek naar het beloofde land. Maar het volk krijgt honger en vooral ook dorst. Zoveel dorst dat het geloof in God behoorlijk op de proef wordt gesteld. Maar ook hier zal het volk drinken en een volk dat kan drinken vind kracht om weer verder te gaan. Dat wist de Samaritaanse vrouw maar al te goed en zo zorgde ze er voor dat haar volk kan drinken… Ze wees hen op het eeuwig dorstlessende water van Jezus. Jezus die fysiek echt wel wist hoe het was om dorst te lijden, maar die evengoed ook wist dat spirituele dorst te lessen was met zijn zorg en zijn liefde. Hij wilde zichzelf geven, zodat wij geen dorst meer hoeven te lijden.
Saskia Van den Kieboom is stafmedewerker gezinspastoraal en aanspreekpunt voor geloof en homoseksualiteit.