Commentaar Bijbellezing 15/02: Veeleisend - Koen Vanhoutte
Evangelie: Matteüs 5, 20-22a.27-28.33-34a.37— ‘Ik zeg u in het geheel niet te zweren’
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen. Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders is gezegd: Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar Ik zeg u: Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd. Eveneens hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden. Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren. Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze’.
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Veeleisend’
Wat is goed en recht in Gods ogen? Op die vraag kreeg Jezus stevige antwoorden vanuit de geloofstraditie waarin Hij was opgegroeid. Hij raakte vertrouwd met de rijke erfenis die Wet en profeten hadden nagelaten. Ze boden kostbare aanwijzingen voor een sterk verbondsleven.
Jezus merkte echter dat zelfs zeer godsdienstige mensen in zijn omgeving de verbondsbepalingen niet steeds in hun volle diepte doorleefden. Ze gaven er wel eens een beperkte invulling aan. Ze namen genoegen met de grote lijnen en zochten vooral hun uitwendig gedrag in overeenstemming te brengen met Gods geboden. Ze legden de lat eerder laag door de kracht van de verbondsbepalingen af te zwakken. Het werden enkele grote stelregels waarmee ze zich ‘in orde’ konden stellen.In zijn Bergrede laat Jezus horen geen genoegen te nemen met die houding van schriftgeleerden en Farizeeën.
Weinig welwillende en soms haatdragende houdingen dienen plaats te maken voor een betrouwbare, barmhartige en liefdevolle houding tegenover alle mensen
Aan zijn leerlingen geeft Jezus een verdergaand antwoord op de vraag wat goed en recht is in Gods ogen. Voor Hem volstaat het niet zich louter uitwendig in regel te stellen. Jezus legt de lat hoger of beter gezegd dieper. Leven voor Gods aanschijn vraagt ook om een zuivering van de grondhoudingen van het hart. Weinig welwillende en soms haatdragende houdingen dienen plaats te maken voor een betrouwbare, barmhartige en liefdevolle houding tegenover alle mensen. Daar ligt voor Jezus de bron van een verbondsleven dat voluit beantwoordt aan Gods verwachting.
Jezus’ krachtige taal maakt ons duidelijk dat leven in goedheid en recht geen (f)lauwe zaak kan zijn. Hij komt sterk uit de hoek met oproepen die veel van ons vragen. Overschat Hij zijn leerlingen niet? Hij mag ons toch niet voor superhelden aanzien die anderen steeds kunnen overtreffen in goedheid en recht. Moet de lat niet weer lager? In zijn Bergrede doet Jezus niets af van zijn veeleisend spreken. Hij plaatst het echter wel in het veelbelovende kader van Gods zorg voor allen die zijn koninkrijk zoeken. Het zijn de stralen van Gods goedheid die ons hart verwarmen om recht te doen aan ieder ander die we ontmoeten.
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel.
