Commentaar Bijbellezing 25/01: Openingswoord - Koen Vanhoutte
Evangelie: Matteüs 4, 12-23— ‘Ik zal u vissers van mensen maken’
Toen Jezus vernam dat Johannes was gevangen genomen, week Hij uit naar Galilea. Met voorbijgaan echter van Nazaret vestigde Hij zich in Kafarnaüm aan de oever van het meer, in het grensgebied van Zebulon en Naftali, opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja: ‘Land van Zebulon, land van Naftali, liggend aan de zee, Overjordanië: Galilea van de heidenen! Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd; en over hen die in het land van doodse duisternis gezeten waren, over hen is een licht opgegaan.’ Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: ‘Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.’ Eens toen Hij zich bij het meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas. Zij waren bezig het net uit te werpen in het meer; het waren namelijk vissers. Hij sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij; Ik zal u vissers van mensen maken.’ Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder zag Hij nog twee broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en diens broer Johannes; met hun vader Zebedeüs waren zij in de boot de netten aan het klaarmaken. Hij riep hen, en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem. Jezus trok rond door geheel Galilea, terwijl Hij als leraar optrad in de synagogen, de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen onder het volk genas.
Commentaar Koen Vanhoutte: ‘Openingswoord’
Op de avond van de pauskeuze wachtten velen met spanning op de verschijning en de eerste woorden van de nieuwe paus. Zijn vredeswens in naam van de verrezen Heer zal ons nog lang bijblijven. Het is ook een soort programmaverklaring die de Bijbelse vrede centraal stelt: recht, verzoening en vreugde. Aan die woorden ging ongetwijfeld veel vooraf. Toen nog kardinaal R. Prevost luisterde naar de stem van Gods Geest in het vertrouwen dat zijn confraters hem schonken. En hoewel er weinig tijd voorzien was, moest dat alles in zijn hart kunnen bezinken voordat zijn ‘ja’ kon vrijkomen. Pas dan trad hij naar buiten met zijn vredesboodschap.
Op de zondag van Gods Woord herinnert de liturgie ons aan Jezus’ eerste woorden bij de start van zijn verkondiging. Hij spreekt krachtige taal. Hij kondigt aan dat Gods koninkrijk nabij is. Het zijn beloftevolle woorden die vertellen over de doorbraak van een nieuwe tijd. Oude dromen over recht voor de kleinen en vrede voor allen zullen in vervulling gaan. Op tal van plaatsen brengt Hij het Goede Nieuws dat kwetsbare mensen God ter harte gaan.
Jezus’ eerste woorden komen echter niet zomaar uit de lucht vallen. Aan zijn spreken gaat veel vooraf. Hij heeft voor alles geluisterd naar de hemelse stem die Hem Gods veelgeliefde Zoon noemde. Die liefdesverklaring van de Vader heeft tijd nodig gehad om in Jezus’ hart een vaste plek te krijgen. Meer nog, het heeft Hem veertig dagen strijd gekost, in een gevecht om ‘neen’ te zeggen tegen de beproever. Daaruit groeide Jezus’ ‘ja’ aan zijn Vader, voorgoed. Pas vanuit die bevochten, diepe verbondenheid met Wie Hem liefheeft, sprak Jezus zijn eerste daadkrachtige woorden.
En de mensenvissers die Jezus roept? Er komt een pinksterdag waarop ze hun openingswoorden zullen spreken, vrij en blijmoedig. Maar er gaat een hele tijd aan vooraf waarin ze moeizaam vertrouwd raken met wat Jezus hen te zeggen heeft. Met vallen en opstaan én gesterkt door de Geest groeien ze uit tot trouwe getuigen van Jezus’ boodschap. Vandaag mogen wij die mensenvissers zijn.
Koen Vanhoutte is hulpbisschop in het aartsbisdom Mechelen-Brussel