De vijf die onze kerken rechthouden - Ruben Geleyns [opinie]
Elke parochiekerk heeft ze. Vijf mensen. Zelden in de schijnwerpers, maar zonder hen dooft het licht. Letterlijk.
Wie iemand kent die lid is van 'de kerkfabriek' weet hoe waar dat is. Wat ze doen is niet opvallend, vrijwel nooit levert het hen applaus op. De kerkraadsleden, juridisch georganiseerd als kerkfabriek, zijn geen vrijblijvende werkgroep, maar een instelling met een lange geschiedenis en een duidelijke opdracht. De wortels gaan terug tot de Franse tijd, toen onder Napoleon het beheer van kerkelijke goederen werd vastgelegd in een wettelijk kader. Tot vandaag zijn kerkfabrieken verantwoordelijk voor het materiële hart van de parochie, en hun taak valt heel goed, kort en bondig te definiëren als ’de eredienst mogelijk maken’. Zij zorgen ervoor dat de verwarming werkt, dat het dak hersteld wordt, dat de boekhouding klopt en dat er kaarsen zijn wanneer mensen komen bidden. Zonder hen is er geen kerkgebouw, geen plek van samenkomst, geen tastbare aanwezigheid van de Kerk in onze dorpen en steden. Het is dus geenszins een folkloristisch overblijfsel uit de tijd van ’l’Empereur’. De kerkfabriek is een openbare instelling, gebonden aan regels en bevindt zich op een kruispunt tussen Kerk en Staat.
Kerkraadsleden beheren niet zomaar een gebouw of een budget. Ze dragen zorg voor een plek waar geloof, herinnering en gemeenschap samenkomen.
Maar achter die structuur, achter de instelling zitten mensen: altijd vijf. Vrijwilligers. Soms op leeftijd. Mensen die zich jarenlang, soms decennialang, engageren. Niet zelden tot op hoge leeftijd, soms effectief tot aan de dood. Ze doen dat niet voor erkenning, maar uit een diep gevoel van verantwoordelijkheid en verbondenheid.
Lees ook
Ik heb dit van nabij mogen meemaken. Mijn eigen grootvader was meer dan dertig jaar schatbewaarder (penningmeester, in hedendaagse termen) van de kerkraad in mijn parochie. Hij kende elk dossier, elke factuur, elke steen van het gebouw. Zijn engagement was geen hobby, maar een roeping in de luwte. Na zijn overlijden volgde ik hem op als kerkraadslid, en de woorden die hij op zijn sterfbed uitte aan zijn collega-raadsleden blijven als een echo en opdracht hangen: ’Houd de kerk recht, hè’. Het is een bijzondere ervaring om in dat spoor verder te gaan, en tegelijk te beseffen dat je deel uitmaakt van een veel langere keten van engagement.
Misschien is dat wel wat deze taak zo uniek maakt. Kerkraadsleden beheren niet zomaar een gebouw of een budget. Ze dragen zorg voor een plek waar geloof, herinnering en gemeenschap samenkomen. Ze doen dat in stilte, soms op een leeftijd waarop anderen het liever wat rustiger aan doen. En ze blijven dat doen, trouw, tot het (vaak ongewild) niet meer gaat.
Vandaag staan die kerkfabrieken bovendien voor grote uitdagingen. Het aantal vrijwilligers neemt af, de wetgeving en dossiers worden complexer, en de maatschappelijke discussie over de toekomst van kerkgebouwen wordt steeds scherper. Herbestemming, onderhoudskosten, veranderend gebruik… Het zijn vragen waar kerkraadsleden hun kop over moeten breken. In die context wordt hun engagement alleen maar waardevoller, maar ook zwaarder.
Misschien spreken we te weinig over hen. Misschien danken we hen te weinig. Want wie vandaag een kerk binnenstapt, komt niet zelden binnen in het zorgzaam werk van generaties kerkraadsleden. Mensen die ervoor zorgden dat het licht bleef branden, dat de deuren openbleven, dat er een fysieke plek bleef bestaan voor stilte, gebed en gemeenschap.
De toekomst van onze kerken zal niet alleen bepaald worden door grote plannen of beleidsbeslissingen, maar ook door de bereidheid van mensen om zich, in alle eenvoud, te engageren. Zoals die vijf mensen in elke parochie. Trouw en onmisbaar.
En misschien moeten we ons ook de vraag durven stellen: wie neemt het over? Want elke parochie heeft ze. Vijf mensen. Elke parochie heeft ze nodig. Wie van ons is bereid hun plaats in te nemen wanneer het nodig is?
Ruben Geleyns is lid van de kerkraad in Wilsele-Putkapel en lid van het Centraal Kerkbestuur van Leuven.
