God spreekt tot de mensen als tot vrienden - paus Leo XIV [catechese]
Catechese.1. Documenten van Vaticanum II. De dogmatische constitutie Dei Verbum. 1. God spreekt tot de mensen als tot vrienden
Broeders en zusters, goedendag en welkom!
We hebben een begin gemaakt met de cyclus over het Concilie Vaticanum II. Vandaag starten we de diepere lezing van de dogmatische Constitutie Dei Verbum over de goddelijke Openbaring. Het gaat om een van de mooiste en belangrijkste documenten van het Concilie. Om ons in te leiden kan de herinnering aan het woord van Jezus helpen: “Voor Mij zijn jullie geen dienstknechten meer: een dienstknecht heeft geen begrip van wat zijn meester doet. Vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb vernomen, aan jullie heb meegedeeld” (Joh 15,15). Dat is een basiselement van het christelijk geloof wat Dei Verbum ons in herinnering brengt: Jezus wijzigt radicaal de verhouding van de mens met God. Voortaan zal het een vriendschapsrelatie zijn. Daarom is de liefde de enige voorwaarde van het, nieuwe verbond.
Vriendschap treft gelijken aan of maakt ze.
In zijn commentaar op dit deel van het Vierde Evangelie legt de Heilige Augustinus de nadruk op het perspectief van de genade. Alleen zij kan ons in zijn Zoon tot vrienden van God maken (Commentaar op het Johannesevangelie. Homilie 86). Immers, een oud gezegde luidt: “Vriendschap treft gelijken aan of maakt ze”. Wij zijn niet Gods gelijken, maar God zelf maakt ons in zijn Zoon tot Zijn gelijken.
Vandaar dat we in heel de Schrift kunnen vaststellen dat in het Verbond altijd eerste een ogenblik van afstand bestaat. Immers het verbond tussen God en mens, blijft steeds asymmetrisch. God is God en wij zijn schepselen. Maar met de komst van de Zoon in het menselijk vlees, opent het Verbond zich voor zijn uiteindelijke doel: in Jezus maakt God ons tot kinderen en roept ons aan Hem gelijk te worden in onze broze menselijkheid. Onze gelijkenis met God komt er dus niet bij middel van overtredingen en zonde, zoals de slang aan Eva toefluistert (cfr Gen 3,5,) maar in de relatie met Zoon die zich mens gemaakt heeft.
Zoeken naar ontmoeting
Lees ook
De woorden van de Heer Jezus die wij ons herinnerd hebben – “Vrienden noem Ik jullie” - worden hernomen in de Constitutie Dei Verbum, die stelt: “Door deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God (vgl. Kolm.1,15; 1 Tim. 1,17) uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden (vgl. Ex. 33,11; Joh. 15,14-15) en gaat met hen om (vgl. Bar. 3,38), om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen” (n. 2). De God van Genesis hield al contact met de stamouders door met hen te praten (cfr Dei Verbum, 3). Toen, door de zonde deze dialoog onderbroken werd, bleef de Schepper toch zoeken naar ontmoeting met zijn schepselen om keer op keer met hen een verbond te sluiten. In de christelijke openbaring, wanneer God om ons te zoeken in zijn Zoon het vlees aanneemt, wordt de onderbroken dialoog op blijvende wijze hersteld: het Verbond is nieuw en eeuwig, niets kan ons scheiden van zijn liefde.
De Openbaring van God heeft dus het karakter van een dialoog eigen aan de vriendschap en, zoals gebeurt in de ervaring van de menselijke vriendschap, aanvaardt deze geen zwijgen, maar voedt zich met de uitwisseling van waarachtige woorden.
Het Verbond is nieuw en eeuwig, niets kan ons scheiden van zijn liefde.
De Constitutie Dei Verbum brengt in ons ook dit in herinnering: God spreekt tot ons. Het is belangrijk het onderscheid te zien tussen spreken en kletsen: dit laatste blijft oppervlakkig en bewerkt geen gemeenschap tussen personen. In waarachtige relaties daarentegen dient het woord niet slechts om informatie en berichten uit te wisselen, maar ook om te tonen wie we zijn. Het woord bezit een openbarende dimensie die met de ander een relatie schept. Zo openbaart God zich, door met ons te spreken, als Verbondene die ons tot vriendschap met Hem uitnodigt.
In dergelijk perspectief is de eerste houding die aan bod moet komen het luisteren. Dat is nodig opdat het goddelijk Woord in onze geest en in ons hart kan binnen komen. Tegelijkertijd worden we ook uitgenodigd om met God te spreken, niet om Hem mee te delen wat Hij reeds weet, maar om ons aan onszelf te tonen.
Uitnodiging
Vandaar de noodzaak van het gebed waarin we uitgenodigd worden de vriendschap met de Heer te beleven en te cultiveren. Dat gebeurt op de eerste plaats in het liturgisch en gemeenschappelijk gebed. Hier zijn niet wij die beslissen wat we te horen krijgen van Gods Woord, maar het is Hijzelf die door middel van de Kerk tot ons spreekt. Dat is wat gebeurt in het persoonlijk gebed dat zich afspeelt in het inwendige van hart en geest. Een tijd gewijd aan gebed, bezinning en nadenken mag niet ontbreken in elke dag en in elke week van de christen. Slechts wanneer we met God spreken, kunnen we ook over Hem spreken.
De ervaring leert ons dat vriendschappen kunnen eindigen door gelijk welk sprekend gebaar van breuk, of ook door een aaneenschakeling van dagelijkse vergetelheden, die de relatie uithollen tot ze verloren gaat. Als Jezus ons vrienden noemt, laten we ons dan inspannen die oproep niet onbeantwoord te laten. Laten wij ervoor openstaan, laten we zorg dragen voor deze relatie en we zullen ontdekken dat precies de vriendschap met God onze verlossing is.
Vertaald uit het Italiaans door Marcel De Pauw msc
