Zorg voor je tuinbodem na de zomerdroogte: 6 dingen om te doen en te laten
Heb je deze zomer voortdurend gegoten, of heb je sommige planten noodgedwongen laten verpieteren? De extreme droogte dwingt ons om onze manier van tuinieren om te denken.
Daarbij moeten we niet alleen oog hebben voor wat boven de grond groeit, maar ook voor het leven eronder. Een gezonde bodem is allesbehalve dode materie. Hij krioelt van bacteriën, schimmels, eencellige organismen en kleine dieren die samen het bodemvoedselweb vormen. Zo’n levende en goed gestructureerde bodem neemt regenwater beter op en houdt het langer vast, zodat planten langere droge periodes aankunnen.
Het najaar is een goed moment om daarvoor de basis te leggen. Dat vraagt geen grote krachttoer. Integendeel: sommige zware tuinklussen laten we juist beter achterwege. Met deze zes dingen maak je je tuinbodem stap voor stap gezonder en weerbaarder.
1. Doen: planten en zaaien
De beste manier om je bodem te beschermen en jaar na jaar op te bouwen, is hem begroeid te houden. Planten temperen met hun bladeren zon, wind en regen. Hun wortels geven structuur aan de bodem, maken gangen voor lucht en water en voeden het bodemleven met suikers. Streef naar een gesloten beplanting die de bodem zo veel mogelijk bedekt.
Het najaar is een uitstekend plant- en zaaiseizoen voor vaste planten en tweejarigen. Beter dan de lente die vaak lange periodes van droogte kent. Struiken en bomen worden meestal in de winter geplant wanneer het niet vriest. Dan is er plantgoed beschikbaar met blote wortel.
Ook lege moestuinbedden en borders laat je beter niet kaal de winter ingaan. Zaai er een geschikte groenbemester. Facelia (Phacelia tanacetifolia) is een gemakkelijke allrounder, incarnaatklaver (Trifolium incarnatum) bindt stikstof en bloeit in het voorjaar, terwijl snelgroeiende gele mosterd (Sinapis alba) ook wat later in het najaar nog kan worden gezaaid. Knip planten die de winter overleven in het voorjaar af en laat de resten als mulch liggen. Houd in de moestuin wel rekening met de vruchtwisseling: gele mosterd behoort net als kolen en radijs tot de kruisbloemenfamilie.
Meer weten: Planten kiezen voor je tuin: waarmee kan je het beste rekening houden?
2. Laten: spitten
Na een droge zomer kan de grond hard en compact aanvoelen. Toch is omspitten meestal geen goed idee. Je haalt de natuurlijke bodemlagen door elkaar en verstoort regenwormgangen en schimmelnetwerken. Bovendien breng je slapende onkruidzaden naar de oppervlakte. Jaarlijks spitten maakt de bodem wel tijdelijk los, maar verstoort de opbouw van een duurzame bodemstructuur. Laat liever wortels en bodemorganismen het werk doen.
In veel tuinen is de bodem plaatselijk verdicht, bijvoorbeeld op plekken die vaak worden belopen. Wil je daar planten of zaaien, dan kan het zinvol zijn om de grond met een spitvork los te maken. Steek de vork in de grond en wip omhoog, zonder de bodem te keren. Alleen bij ernstige verdichting, bijvoorbeeld na bouwwerken of het gebruik van zware machines, kan een eenmalige diepere ingreep nodig zijn.
Voorkom nieuwe verdichting door de bodem zo weinig mogelijk te belopen en vaste paden te gebruiken.
3. Doen: bodemleven voeden
Een gezonde bodem laat regenwater gemakkelijk binnendringen én houdt het langer vast. Dat lijkt tegenstrijdig, maar een goede bodemstructuur bevat zowel grotere poriën waarlangs water kan infiltreren als kleine poriën waarin het wordt vastgehouden.
Ontelbare organismen werken mee aan een goede bodemstructuur. Bacteriën kleven als lijm bodemdeeltjes aan elkaar tot kruimels, schimmels vormen lange draden en regenwormen graven horizontale en verticale gangen.
Je stimuleert het bodemleven met levende planten en dood organisch materiaal. Levende planten scheiden via de wortels suikers af waarmee ze nuttige bacteriën en schimmels rond zich verzamelen. Dood organisch materiaal wordt door bodemorganismen langzaam afgebroken..
Bedek lege bedden en kale plekken tussen je planten met mulch: bladeren, gesnipperd snoeiafval, een dun laagje grasmaaisel of wat compost. Wat je maar voor handen hebt. Werk het materiaal niet onder, maar laat het bovenop de bodem liggen. Bodemorganismen doen de rest. Regelmatig een dun laagje is beter dan ineens een grote massa.
Zo groeit de bodem op termijn uit tot een spons die regenwater opvangt zonder dicht te slaan.
Meer weten: Mulchen is een must in elke tuin: wat is het, hoe doe je het, zo word je een pro
4. Laten: zomaar bodemverbeteraars toevoegen
Meststoffen, kalk, lavameel, bentoniet, biochar, bodemactivators: tuincentra liggen vol met producten die beloven om je bodem te verbeteren. Maar zonder te weten wat er werkelijk ontbreekt, heeft toevoegen weinig zin. Soms kunnen ze zelfs het natuurlijke evenwicht verstoren.
Sommige planten houden eerder van een arme of lichtzure grond en zijn dus niet gebaat bij mest of kalk. Een zandbodem of kleibodem met toevoegingen veranderen in iets anders vraagt zulke grote hoeveelheden dat het zelden een duurzame oplossing is.
Dan kan je beter planten kiezen die passen bij de grond die je hebt. Werk daarnaast geduldig aan een goede bodemstructuur door het bodemleven jaar na jaar te voeden.
5. Doen: regenwater helpen infiltreren
Veel woningen vangen regenwater al op voor hergebruik. Toch kan er nog water verloren gaan: de overloop van de regenwaterput verdwijnt naar de riolering of regen stroomt weg van terrassen, paden, opritten of verdichte grond. Probeer zo veel mogelijk van dat water in je eigen tuin te houden en daar in de bodem te laten trekken.
Kijk tijdens een stevige regenbui welke weg het water in je tuin volgt. Soms kan je met kleine aanpassingen een groot verschil maken, zoals terraswater laten afvloeien naar een buienborder.
Meer weten: 14 foto's en tips om van je tuin een sponstuin te maken
6. Laten: dode planten opruimen
Laat afgestorven planten in de herfst en de winter zo veel mogelijk staan. Ze beschermen bovengronds de bodem tegen wind en regen en zorgen ondergronds voor structuur. Verdroogde stengels en zaaddozen zijn ook erg waardevol voor dieren. Vogels vinden er zaden, terwijl insecten overwinteren in holle stengels en tussen afgestorven bladeren.
Ook herfstbladeren hoef je niet af te voeren. Ze zijn een waardevolle grondstof waarmee je de bodem kan bedekken (mulchen) of die je kan composteren.
Meer weten:
- Ruim je tuin deze herfst eens niet op
- Herfstbladeren zijn geen afval, maar een waardevolle grondstof
Een gezonde en goed gestructureerde tuinbodem ontstaat niet in één najaar. Maar elke plant die wortelt, elke regenbui die de grond in kan trekken en elke onnodige verstoring die je achterwege laat, helpt het bodemleven verder. Zo werk je met de natuur mee aan een tuin die droge zomers steeds beter doorstaat.


