Commentaar Bijbellezing 24/8 :‘De deur op een kier’ - Valérie Kabergs
Evangelie: Lucas 13, 22-30 –Ik weet niet waar gij vandaan komt
In die tijd trok Jezus rond door steden en dorpen, gaf er onderricht en zette zijn reis voort naar Jeruzalem. Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn het er weinig die gered worden?’ Maar Hij sprak tot hen: ‘Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want, Ik zeg u, velen zullen proberen binnen te komen maar zij zullen daar niet in slagen. Als eenmaal de huisvader is opgestaan en de deur gesloten heeft en als gij dan buiten op de deur begint te kloppen en begint te roepen: Heer, doe open! zal Hij u antwoorden: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben we gegeten en gedronken, en in onze straten hebt Gij onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Gaat weg van Mij, gij allen die ongerechtigheid bedrijft. Daar zal geween zijn en tandengeknars, wanneer gij Abraham, Isaäk en Jakob en al de profeten zult zien in het Rijk Gods, terwijl ge zelf buiten geworpen zult zijn. Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en zij zullen aanzitten in het koninkrijk Gods. Denkt eraan: er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.’
Commentaar Valérie Kabergs: ‘De deur op een kier’
De woorden die Jezus in dit Evangelie spreekt, klinken streng. Voor een deel heeft dat zeker te maken met de context waarin hij zich bevindt: die is heel dreigend. In de passage voor Jezus’ uitspraken wees de leider van de synagoge Jezus al terecht omdat hij een kromgebogen vrouw genas op sabbat. In het eerstvolgende fragment waarschuwen enkele farizeeën Jezus om de stad te verlaten, aangezien ‘Herodes hem wil doden’.
Jezus beseft dat niet iedereen klaar is om binnen te gaan in het koninkrijk van God. Daarom gebruikt hij het beeld van de nauwe deur. Niet iedereen kan zomaar binnenkomen in het koninkrijk van God. Niet omdat God dat niet zou willen en enkel een select clubje binnenlaat, maar omdat Hij niet iedereen zal kennen. De enige voorwaarde om binnen te kunnen, is dus het aangaan van een relatie met God. Maar laat net dat een uiterst moeilijke voorwaarde blijken. Jezus ontmoet in deze context immers vooral mensen die hem beschimpen of zelfs het leven willen ontnemen. En dat onrecht verstoort hun relatie met God.
Ook ‘laatsten’ kunnen ‘eersten’ worden vanuit Gods perspectief.
Er staat nergens dat er geen nieuwe kans is om aan te kloppen bij de deur nadat je er een eerste keer niet binnen kon. Integendeel, ook ‘laatsten’ kunnen ‘eersten’ worden vanuit Gods perspectief. In plaats van een ‘nauwe’ deur, stel ik me een deur voor die altijd op een kier staat. Vanuit alle windstreken is die deur toegankelijk. De bijbeltekst creëert daarmee enorm veel openheid.
Door de tijd heen heeft de Kerk veel regels verzameld. Soms helpen die ons om de weg naar Gods deur te vinden, maar in andere situaties hebben ze ons misschien ook verblind en werden er deuren voor mensen gesloten nog voor ze die van God konden vinden. Ik denk dat deze tekst ons eraan herinnert dat het God is die bepaalt of Hij iemand al dan niet kent en dus binnenlaat. Dat oordeel is aan geen mens, want net zoals de ‘laatsten’ ‘eersten’ kunnen worden, zouden ‘eersten’ in deze ook wel eens ‘laatsten’ kunnen blijken.
Valérie Kabergs is redactrice bij Otheo en Bijbelblogster.